Jeroen Kerstens behaalde de Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in juni 2015 waarna hij zich verder specialiseerde met een bijkomende Master of Finance aan de Antwerp Management School. Na een stage bij een Europese asset manager vervoegde Jeroen Econopolis in juli 2016. Hij beheert portefeuilles voor zowel private als institutionele klanten. Tevens is Jeroen lid van het Asset Allocatie Committee en het Investment Committee door als macro-econoom beide comités van een economische outlook te voorzien.
#Macrofriday: 10 Jaar na het Brexit-referendum

Deze week was het tien jaar geleden dat het Brexit-referendum plaatsvond.
Op 23 juni 2016 koos 52% van de Britse kiezers ervoor om de Europese Unie te verlaten. De jaren die volgden werden gekenmerkt door politieke onrust, langdurige onderhandelingen en moeilijke compromissen, met name rond de Ierse backstop. Hoewel het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie formeel verliet op 31 januari 2020, bleef tijdens een overgangsperiode de Europese regelgeving grotendeels van kracht. Die overgangsperiode liep af op 31 december 2020.
De precieze economische kost van Brexit blijft moeilijk te meten, omdat de gevolgen ervan samenvielen met de coronapandemie, de energiecrisis en verstoringen in de mondiale toeleveringsketens. Toch concluderen de meeste studies dat Brexit een structurele rem heeft gezet op de Britse economische groei, investeringen en handel, al zijn de meest pessimistische voorspellingen van een onmiddellijke economische instorting nooit uitgekomen.
De economische groei in het Verenigd Koninkrijk is sinds het referendum zwak gebleven, een trend die na de pandemie nog duidelijker werd. De reële bbp-groei bleef niet alleen achter bij het historische gemiddelde, maar presteerde ook zwakker dan de toch al bescheiden economische groei in de Europese Unie. Ook de handelscijfers schetsen een genuanceerd beeld. In reële termen lagen de Britse goederenexporten naar de EU in 2025 ongeveer 14% lager dan in 2019, terwijl ook de uitvoer naar niet-EU-landen teleurstelde. Opvallend is dat het aandeel van de EU in de totale Britse goederenexport relatief stabiel is gebleven op ongeveer 48%, wat erop wijst dat Brexit slechts een deel van het verhaal verklaart. De bredere zwakte van de Britse maakindustrie en goederenhandel heeft de export naar zowel Europese als niet-Europese markten onder druk gezet. Daartegenover staat dat de dienstensector veerkrachtig bleef. De Britse dienstenexport, zowel naar de EU als naar de rest van de wereld, lag in 2025 ongeveer 28% hoger dan vóór de pandemie.
Brexit was echter niet alleen een economisch verhaal, maar ook een demografisch verhaal. Het referendum legde diepe generatie- en regionale tegenstellingen bloot. Oudere kiezers stemden overwegend voor een vertrek uit de EU, terwijl jongere generaties zich massaal achter Remain schaarden. Londen, Schotland en Noord-Ierland stemden grotendeels voor een blijvend EU-lidmaatschap, terwijl een groot deel van Engeland buiten Londen de Brexit steunde. Tien jaar later zijn die demografische trends steeds relevanter geworden: jongere, meer pro-Europese generaties vormen inmiddels een groter aandeel van het electoraat. Daardoor is de publieke opinie geleidelijk verschoven en klinkt de roep om een nauwere relatie met de Europese Unie steeds luider, al blijft een hernieuwd EU-lidmaatschap voorlopig politiek buiten beeld.