Skip to the content

#MacroFriday: China's export

De export van goedkope Chinese producten is niet alleen een groeiend probleem voor de rest van de wereld, maar wordt ook een steeds belangrijkere levenslijn voor de Chinese economie zelf.

China’s groeimodel wordt steeds afhankelijker van externe vraag, omdat de traditionele binnenlandse groeimotoren verzwakken. In mei 2026 daalde de detailhandelsverkoop (Chinese consumptie) met 0,6% op jaarbasis, terwijl de investeringen in machines, gebouwen en infrastructuur met 4,1% terugvielen. De vastgoedsector blijft de grootste rem: de investeringen in vastgoedontwikkeling daalden met 16,2% op jaarbasis. Tegen die achtergrond steeg de industriële productie in mei nog altijd met 4,5%, terwijl de Chinese export naar de rest van de wereld met 19,4% toenam. Deze cijfers illustreren de groeiende kloof tussen de zwakke binnenlandse vraag en China’s toenemende afhankelijkheid van export om de economische groei dicht bij de doelstelling van 4,5% à 5% te houden.

Het resultaat is een structurele noodzaak om overtollige productie te exporteren, vaak tegen extreem lage prijzen, omdat de binnenlandse vraag te zwak blijft om China’s industriële output op te nemen. Dit onevenwicht leidt tot aanhoudende industriële overcapaciteit. De capaciteitsbenutting in de Chinese industrie bedroeg in het eerste kwartaal van 2026 slechts 73,6%, met in verschillende industriële sectoren nog lagere niveau’s, waaronder de autoproductie met 70,3%. De Chinese export fungeert steeds meer als een uitlaatklep voor overtollige industriële capaciteit, waardoor China zijn surplusproductie op de wereldmarkten dumpt. Zo wordt China’s binnenlandse vraagprobleem steeds meer doorgeschoven naar de mondiale goederenmarkten en de wereldwijde industrie. Tegelijk maakt dit de Chinese economie kwetsbaarder voor steeds meer gepolariseerde handelsrelaties. De zwakke binnenlandse economie is ook een van de belangrijkste redenen waarom Chinese aandelenindices opnieuw onder druk zijn gekomen: verschillende China-gerelateerde indices belandden in een berenmarkt nadat ze meer dan 20% waren gedaald ten opzichte van hun piek begin oktober 2025.

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens behaalde de Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in juni 2015 waarna hij zich verder specialiseerde met een bijkomende Master of Finance aan de Antwerp Management School. Na een stage bij een Europese asset manager vervoegde Jeroen Econopolis in juli 2016. Hij beheert portefeuilles voor zowel private als institutionele klanten. Tevens is Jeroen lid van het Asset Allocatie Committee en het Investment Committee door als macro-econoom beide comités van een economische outlook te voorzien.

comments powered by Disqus