Jeroen Kerstens behaalde de Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in juni 2015 waarna hij zich verder specialiseerde met een bijkomende Master of Finance aan de Antwerp Management School. Na een stage bij een Europese asset manager vervoegde Jeroen Econopolis in juli 2016. Hij beheert portefeuilles voor zowel private als institutionele klanten. Tevens is Jeroen lid van het Asset Allocatie Committee en het Investment Committee door als macro-econoom beide comités van een economische outlook te voorzien.
#Macrofriday: Bank of Japan
Augustus begon met een historische gezamenlijke interventie ter ondersteuning van de yen door de Japanse autoriteiten en het Amerikaanse ministerie van Financiën. Het was de eerste gecoördineerde interventie door deze partijen sinds 1998.

Sinds 2020 heeft de Japanse yen meer dan 40% van zijn waarde verloren ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Deze daling zette zich in 2026 voort tot vorig weekend, toen de Japanse en Amerikaanse autoriteiten gezamenlijk ingrepen door yen aan te kopen. Naar verluidt verkocht het Amerikaanse Treasury Department euro’s om deze aankopen te financieren. Voorlopig lijkt de interventie te hebben gewerkt. De wisselkoers herstelde van een dieptepunt van ongeveer 164 yen per Amerikaanse dollar tot circa 156 yen per dollar. Hoewel deze actie een belangrijke signaal geeft aan de financiële markten, zullen er echter meer structurele beleidsmaatregelen nodig zijn om te voorkomen dat beleggers de munt opnieuw richting haar recente dieptepunten duwen. Vrijdag hield de Bank of Japan haar beleidsrente ongewijzigd op 1%, ondanks de hernieuwde opwaartse druk op de Japanse inflatie. Niettemin heeft de interventie de kans vergroot dat de BoJ haar monetaire beleid eerder vroeg dan laat verder zal verkrappen.
Het zou naïef zijn om aan te nemen dat de deelname van de Amerikaanse overheid in deze actie louter een vriendelijk gebaar was. Een zwakkere yen kan het concurrentievermogen van Amerikaanse bedrijven ten opzichte van hun Japanse tegenhangers aantasten. Tegelijkertijd verkleint de interventie het risico dat Japan Amerikaanse staatsobligaties moet verkopen om zijn munt te ondersteunen, wat de financieringskosten van de Amerikaanse overheid verder onder opwaartse druk zou kunnen zetten. Japan is immers de grootste buitenlandse houder van Amerikaanse staatsobligaties. Nu de lange rente opnieuw onder opwaartse druk staat, is het rendement op tienjarige Amerikaanse staatsobligaties teruggekeerd naar de recente hoogtepunten, terwijl het rendement op dertigjarige staatsobligaties opnieuw boven 5% is gestegen en daarmee het hoogste niveau sinds 2007 heeft bereikt. Aanzienlijke Japanse verkopen van Amerikaanse staatsobligaties zouden daarom tot een verdere, ongemakkelijke stijging van de Amerikaanse rente kunnen leiden. De gezamenlijke interventie bevat dus ook een belangrijk element van eigenbelang voor de Verenigde Staten.