De warme en droge Europese zomer maakte van de waterstanden op de Rijn een van de meest nauwlettend gevolgde macro-economische indicatoren. Het meetpunt in Kaub, gelegen op een van de ondiepste punten van de Rijn, zakte in augustus tot een record van amper 6 centimeter, waarna regenval later in de maand voor enige verlichting zorgde. Lage waterstanden leggen de scheepvaart niet noodzakelijk stil, maar schepen moeten wel aanzienlijk minder lading vervoeren. Daardoor zijn meer schepen nodig om hetzelfde volume te transporteren, terwijl spoor- en wegvervoer als minder efficiënte alternatieven ingezet kunnen worden. Het resultaat is echter een forse stijging van de vrachtkosten. De waterstand in Kaub is bijzonder belangrijk voor de petrochemische, chemische en farmaceutische clusters rond Ludwigshafen en Mannheim, die verder stroomopwaarts langs de Rijn liggen. Een langdurige periode van lage waterstanden kan de economische activiteit in deze regio drukken, omdat bedrijven mogelijk hun productie moeten terugschroeven. Maar ook Zwitserland is blootgesteld: meer dan 8% van de Zwitserse import en export verloopt via de Rijnhavens.
En toch is het enigszins paradoxaal dat de belangrijkste Duitse vertrouwensindicator voor het bedrijfsleven, de IFO-index, tegen de stroom in beweegt en al vier opeenvolgende maanden stijgt. De meest recente verbetering was zowel zichtbaar in de industrie als in de verwachtingen van bedrijven over het toekomstige ondernemersklimaat. De omvangrijke Duitse begrotingsstimulus lijkt dus geleidelijk door te sijpelen in de binnenlandse vraag en het ondernemersvertrouwen. Dat helpt om een deel van de aanhoudende druk op de industrie, zoals de hoge energieprijzen, te compenseren. Wat extra regen en een hogere waterstand op de Rijn zouden voor bijkomende verlichting kunnen zorgen.