“You never give me your money
You only give me your funny paper
And in the middle of negotiations
You break down”
–The Beatles, You never give me your money
Nu de rust (of is het de stilte voor de storm) is teruggekeerd op de obligatiemarkten verschoof de aandacht van beleggers opnieuw naar de aandelenmarkt, en meer bepaald naar het resultatenseizoen dat in volle gang is. En dat resultatenseizoen wordt, net zoals de aandelenmarkt zelf, gedomineerd door het debat rond AI. Er zijn twee kanten aan dat debat. Enerzijds is er de vraag hoe de groeiende investeringen in AI-infrastructuur gefinancierd zullen worden. Anderzijds is er de vraag welke bedrijfsmodellen profiteren van de adoptie van AI en welke onder druk komen te staan.
De resultaten van Alphabet stelden dit debat op scherp. Ten eerste bleek dat de uitbouw van AI-infrastructuur niet langer uit de vrije kasstroom betaald kan worden. Au contraire, Alphabet haalde maar lieft 41 miljard op om het gat te dichten en schrapte zijn aandeleninkoop. Ten tweede bevestigde het bedrijf dat AI-zoekopdrachten minder advertentie-inkomsten genereren dan traditionele zoekopdrachten. Die laatste vormen historisch de belangrijkste winstbron van Google. Het aandeel verloor 13%, het grootste dagverlies uit zijn geschiedenis. Microsoft, in tegenstelling, kwam er goed uit: Azure groeide 48%, de investeringen vielen 14% lager uit dan verwacht en de vrije kasstroom kwam op meer dan het dubbele van de ramingen. En zelfs het verguisde Oracle stelde de markt gerust: het beloofde zijn beroep op de kapitaalmarkt tot 2030 te beperken tot 20 miljard dollar en noemde als eerste het jaar waarin zijn eigen investeringen weer dalen. Het aandeel sprong meer dan 10%.
Het debat rond “AI losers” leefde opnieuw op, met zwakke resultaten van ServiceNow en Fortinet, beiden -20%. Hoewel alle softwarebedrijven vandaag een AI-offering hebben, blijkt deze te klein vergeleken met de “oude” business, die alsmaar meer onder druk komt omwille van abonnementsherzieningen.
De markt houdt dus van visibiliteit, zowel wat betreft kasstroom en business modellen. Dit verklaart waarschijnlijk ook waarom de halfgeleider aandelen en het AI-infrastructuurthema stabiliseerden. Tot hiertoe blijft de visibiliteit daar goed. De echte rotatie was echter richting niet-techgerelateerde sectoren met Consumentenaandelen en Gezondheidszorg als uitschieters. En dat is logisch: centrale banken, de Bank of International Settlements, prominente fondsbeheerders en economisten waarschuwen al even voor het feit dat zowel aandelen- als obligatiemarkten sterk leunen op één scenario: het succes van AI. Beleggers zijn zich hiervan bewust en zoeken naarstig naar mogelijkheden om te diversifiëren.
Eén diversificatie die alvast niet werkte in de voorbije week is Brazilië. Zowel aandelen als obligaties waren populair bij beleggers omwille van de blootstelling aan grondstoffen, en in anticipatie op de verkiezing van Bolsonaro, die een strakker fiscaal beleid en deregulatie beloofde. Lula won zondag onverwacht een vierde termijn, en maandag zakte de Bovespa 13,9%, met een handelsstop na een tussentijdse daling van 17%, terwijl de real op het dieptepunt 12% tegenover de dollar verloor.
De week eindigt met een gemengd beeld, waarin zowel de bulls als de bears steun vinden voor hun visie. De bears wijzen op een markt die terughoudendheid bij investeringen in AI-infrastructuur beloont en kwetsbaarheid voor de adoptie van AI afstraft. De bulls benadrukken dat het geld de aandelenmarkt niet verlaat, maar verschuift naar defensievere en eerder afgestrafte marktsegmenten. Volgende week vinden de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen plaats. Die kunnen mogelijk meer richting geven aan een markt die al maanden zijwaarts beweegt.
Disclaimer: deze blogpost is louter informatief en vormt geen beleggingsadvies, noch een aanbod of aanbeveling. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.