“Op het moment dat je denkt dat je China begrijpt, is China alweer veranderd.” Dat is ongeveer wat Tom Van de Weghe denkt wanneer hij in 2023 terugkeert naar het land waar hij tussen 2007 en 2012 correspondent was voor de VRT. Elf jaar lang was hij niet meer in China geweest. Jarenlang verdwenen zijn visumaanvragen in het ijle, tot hij uiteindelijk toestemming kreeg om opnieuw binnen te reizen.
Wat hij aantreft, is op veel vlakken in een mum van tijd een ander land geworden. Het Peking dat hij kende als een stad onder een dikke laag smog heeft opvallend heldere lucht gekregen. Elektrische voertuigen, digitale betalingen en hoogtechnologische toepassingen zijn ondertussen deel geworden van het dagelijkse leven. Tegelijk is de relatief vrijere periode onder president Hu Jintao vervangen door een samenleving waarin de staat met behulp van camera’s, data en censuur onder Xi Jinping veel nadrukkelijker aanwezig is.
Van de Weghe beschrijft die veranderingen helder, maar plaatst ze voortdurend in hun historische context. Wie wil begrijpen waarom Chinezen vandaag anders naar begrippen als vrijheid en vooruitgang kijken dan wij in het Westen, moet volgens Van de Weghe verder terugkijken dan Xi Jinping. De zogenaamde “eeuw van vernedering”, de chaos van de twintigste eeuw en de excessen onder Mao hebben diepe sporen nagelaten. Het blijft echter niet bij geschiedenislessen alleen. Door die achtergrond te koppelen aan gesprekken met gewone Chinezen die hij tijdens zijn reis ontmoet blijft het boek zeer leesbaar.
Ook economisch is er enorm veel veranderd in zijn elf jaar van afwezigheid. China evolueerde van de werkplaats van de wereld naar een land dat zelf steeds meer geavanceerde technologie ontwikkelt en in verschillende industrieën een leidende rol speelt. Van elektrische auto’s en batterijen tot zonnepanelen, artificiële intelligentie en robotica: kopiëren heeft op veel domeinen plaatsgemaakt voor verbeteren, opschalen en steeds vaker zelf innoveren.
Tegelijk is Terug naar China zeker geen lofzang op het Chinese model. De vastgoedcrisis, jeugdwerkloosheid, demografische problemen, overcapaciteit, surveillance en het afnemende vertrouwen bij een deel van de bevolking komen uitgebreid aan bod. Ook het geoeconomische model van China om via infrastructuur, leningen, grondstoffen en investeringen zijn invloed in andere landen uit te breiden, wordt kritisch beschreven.
Van de Weghe probeert China niet in een eenvoudig goed-of-fout-schema te duwen. Hij laat zien waarom veel Chinezen trots zijn op wat hun land de afgelopen decennia heeft bereikt. Honderden miljoenen mensen ontsnapten aan armoede, steden en infrastructuur veranderden razendsnel en China werd opnieuw een grootmacht.
Het meest interessante aan het boek was dat het een helder inzicht geeft in hoe chinezen anders denken en handelen, wat voor ons in het westen vaak moeilijk te begrijpen valt. Stabiliteit weegt voor hen vaak zwaarder dan vrijheid, collectieve vooruitgang dan individuele rechten en soevereiniteit dan universele waarden. Die andere manier van denken komt volgens ook tot uiting in de manier waarop China geopolitiek bedrijft. Hij vergelijkt de Chinese strategie met het spel Go. Waar het Westen geopolitiek volgens hem eerder benadert als schaken, met directe confrontaties, aanvallen en verdediging, draait Go meer om geduld, positionering en langetermijndenken.
Het boek combineert geschiedenis, economie, geopolitiek en persoonlijke ontmoetingen zonder een droge analyse te worden. Wie wil begrijpen hoe China terug een economische en politieke grootmacht is geworden en welke spanningen daar vandaag uit voortkomen, vindt in Terug naar China een uitstekende gids.