Skip to the content

Erop of eronder voor IPO’s

De Kennedytunnel tijdens de ochtendspits. Daar lijkt het deze dagen op, aan de ingang van de beurs. Bedrijven willen allemaal op hetzelfde moment hun entree maken. Dat zorgt voor files … en ongelukken. Waar komt die haast vandaan? Is het een teken aan de wand? Hoe staat Econopolis tegenover IPO’s? En waarom liep het fout bij Coolblue?

 

Recordjaar voor IPO’s

Druk, druk, druk aan de ingang van de beurs de laatste maanden. Niet in het minst omdat heel wat private equity fondsen nog snel hun investeringen ten gelde willen maken. Toegegeven, het tijdsbestek waarin beursintroducties kunnen plaatsvinden is sowieso beperkt. In de zomer liggen de meeste brokers die de IPO’s begeleiden uit te rusten aan het zwembad, en vanaf midden december nemen de institutionele beleggers geen grote posities meer in.

Maar dit keer is er wel meer aan de hand. De tapering van de Amerikaanse centrale bank  – de afbouw van obligatieaankopen – hangt als een zwaard van Damocles boven de beursvloer. Want eens die Federal Reserve haar aankopen vermindert, zou de rente kunnen opveren, en dat is vaak nefast voor de feestvreugde. Iedereen die dus plannen voor een beursnotering heeft, rept zich naar de kassa.

Is die haast gegrond? Ja en neen. Als de muziek stopt, wil natuurlijk niemand de kneus zijn die geen stoel meer heeft. Door de hoge beurswaarderingen hebben beleggers dus last van wat hoogtevrees, en een flinke correctie valt niet uit te sluiten. In zo’n omstandigheden zijn ze misschien minder gretig, en zullen bedrijven die een beursgang voorbereiden zich tevreden moeten stellen met een lagere introductieprijs, of erger. Toch kunnen we niet blind zijn voor de enorme geldstromen die nog steeds op zoek zijn naar een rendabele bestemming. De continue stroom aan nieuw geld die de centrale banken creëren zal heus niet opdrogen van de ene dag op de andere. Mocht de Federal Reserve op 3 november effectief besluiten om de geldpers minder te laten draaien, dan gebeurt dat geleidelijk, in acht maandelijkse stapjes van 15 miljard dollar, tot de 120 miljard cash – het bedrag dat ze nu maandelijks aan obligaties opkoopt - tot nul wordt herleid.

Het is trouwens nog maar de vraag of ze haar plan tot het einde zal doorvoeren. Zodra de rente te ver oploopt of de economie ernstig vertraagt, gaan de taperingplannen mogelijk in de koelkast.

In een worst case scenario laait de inflatie verder op, en zullen de centrale banken hun basisrente (met tegenzin) moeten verhogen. Daar zijn we no lang niet, maar het valt niet uit te sluiten. Dat zou een rem zetten op de economie, en vervolgens op de bedrijfswinsten en de beurskoersen.

Bedrijven spelen daarom vandaag liever op zeker, en zetten ze zich bij de lange rij wachtenden. Enkele cijfers van JP Morgan:

- Het opgehaalde kapitaal door IPO’s in de VS van begin dit jaar tot midden oktober bedraagt 231,2 miljard dollar. Dat is 50% hoger dan het bedrag dat in heel 2020 opgehaald werd.

- Tijdens het eerste kwartaal werd een nieuw record gevestigd: de bedrijven haalden in totaal 130 miljard dollar op. Daarna ging de drukte een beetje liggen, tot ruim 46 miljard dollar per kwartaal.

- De teller staat dusver op 749 IPO’s, een pak boven de 423 deals in 2020.

- Een belangrijk deel van de beursintroducties verliep via zogenaamde Special Purpose Acquisition Company’s of SPAC’s. Dat zijn vennootschappen met als enige doel kapitaal op te halen op de beurs, om vervolgens een privébedrijf te vinden waarmee het een fusie kan aangaan en zichzelf op te heffen. De regels voor SPAC’s zijn soepeler waardoor een bedrijf sneller en makkelijker op de beurs noteert dan bij een klassieke IPO, wat mee de populariteit verklaart. Dit jaar gingen 466 SPAC’s ter waarde van 132 miljard dollar naar de beurs. In 2020 waren dat er nog maar 248, voor een bedrag van 83 miljard dollar.

 

Hoe kijkt Econopolis aan tegen IPO’s?

Econopolis neemt heel selectief deel aan de IPO’s. Er zit immers heel wat kaf tussen het koren. En uiteraard beoordelen we een IPO op dezelfde manier als een genoteerd bedrijf: we kijken kritisch naar de sector, de marktpositie van het bedrijf, de financiële gezondheid, de kwaliteit van het management, de referentieaandeelhouders, de samenstelling van de raad van bestuur, en last but not least de waardering. Daar wringt al eens het schoentje: bedrijven komen vaak tegen een flatterende prijs naar de beurs, terwijl de beschikbare informatie (zoals hun track record) aan de magere kant is. Dat maakt het moeilijker een degelijk oordeel te vellen.

Overigens brengt een IPO de professionele beleggers – zoals fondsmanagers, verzekeraars, banken – vaak in een catch-22 situatie. Van een minder aantrekkelijke beursgang krijgen ze alle aandelen toebedeeld, terwijl ze zich tevreden moeten stellen met een habbekrats als het om een IPO-juweeltje gaat.

Nog een reden waarom we niet altijd dolenthousiast zijn, is dat we liever niet opgezadeld willen zitten met minder liquide (verhandelbare) aandelen. Bij veel IPO’s is de free float (het percentage aandelen dat vrij verhandelbaar is op de beurs) eerder klein, waardoor de aandelen nog minder goed verhandelbaar en dus ook volatieler zijn. Dat is voor professionele beleggers weinig aantrekkelijk.

Let wel, eens de bedrijven beursgenoteerd zijn, volgen we ze bij Econopolis wel degelijk op. Want geleidelijk aan komt er transparantie in de cijfers, en verschijnen er meer en meer analistenstudies. Er ontstaat een consensus en een vork van waarderingen die we dan naast elkaar kunnen leggen. Dat geeft ons voldoende stof om het bedrijf wél grondig te evalueren.

Sta ons toe ook het fabeltje de wereld uit de wereld te helpen dat u slapend rijk wordt door in te tekenen op een IPO en bij de eerste notering meteen te verkopen. ‘Flipo’ of Free Lunch with IPO heet dat fenomeen. Let toch maar op, u zou er wel eens bekaaid vanaf kunnen komen. Vaak kennen de bedrijven een valse start. Het is van alle tijden, en het gaat heus niet alleen over eeuwige beurskneusjes. Coca Cola kwam in 1919 naar de beurs. Een jaar later noteerde het aandeel tegen de tegen de helft van de prijs. Idem met biotechbedrijf Amgen dat in 1983 de stap naar de beurs zette, en de eerste jaren een armtierig bestaan leidde onderaan het koersenbord. Microsoft maakte haar entrée in 1986, Google (nu Alphabet) in 2004 en Facebook in 2012. In geen van die gevallen was het vuurwerk vanaf het eerste uur. Facebook trok met veel toeters en bellen naar de beurs tegen 38 dollar per aandeel, onder grote belangstelling van kleine beleggers voor wie het bedrijf een household name was. Helaas, een week later stond het aandeel al 26% lager. Pas toen Facebook een duidelijke mobiele strategie had uitgedokterd, kwam het terug in de gratie van beleggers. U kent de rest van het verhaal.

 

Cool blue loopt een blauwtje

Het regende flauwe woordspelingen na de mislukte beursintroductie van Coolblue, ook al zal dat de laatste zorg zijn van oprichter en CEO Pieter Zwart en investeringsmaatschappij HAL. We zetten voor u de gebeurtenissen op een rij: de kroniek van een afgelaste beursgang.

Coolblue is als online verkoper van elektronische apparaten marktleider in Nederland (16,5% marktaandeel), en ook in België is het een rijzende ster in België (ongeveer 10% marktaandeel en groeiend). Het bedrijf zet nu haar zinnen op Duitsland, waar het definitief wil doorbreken. Dat kost uiteraard handenvol geld, want de concurrentie is er bikkelhard, net als in de Benelux. Amazon en het Duitse Otto hebben er voet aan wal, en zullen zich niet zo gemakkelijk de kaas van het brood laten eten. De torenhoge investeringen in marketing en logistiek zouden gefinancierd worden via een beursgang. Pieter Zwart en HAL rekenden na dat ze zo’n 150 miljoen euro zouden willen ophalen.

Dat klonk bankiers als muziek in de oren: een mooi groeibedrijf met winstmarges tussen de 5 à 6%, bekend om zijn uitstekende klantenservice, in een sector die profiteerde van de lockdown en pandemie, en dat terwijl de beursrally op kruissnelheid was … dat moet toch makkelijk aan de man te brengen zijn?

Helaas. Want net op dat moment kreeg de sector zowat alle plagen van Egypte over zich heen. Coolblue werd, net als andere e-commercebedrijven, geconfronteerd met een nijpend tekort aan vrachtwagenchauffeurs en personeel voor hun distributiecentra. Chiptekorten en onvoorspelbare en hoge containerprijzen bemoeilijkten de aanvoer vanuit China. Consumenten vonden na de online koopgolf in coronatijden opnieuw hun weg naar de winkelstraat, waar ze, met of zonder mondmasker, hun wasmachine of smartphone echt konden vastnemen en grondig inspecteren. Diezelfde consument sloeg na een lange periode van huisarrest ook zijn vleugels uit naar buitenlandse reisbestemmingen, waardoor het budget voor andere uitgaven terugviel, zeker nu de oprukkende inflatie aan zijn koopkracht knaagt.

Zowel aan kosten- als aan vraagzijde kwamen er dus wat barsten in het verhaal, en dat zet de marges serieus onder druk. De gloriedagen van corona zijn duidelijk voorbij, de markt wordt matuurder, en dat gaat niet zonder slag of stoot. In oktober kwam de ene na de andere e-commercespeler met een winst- of omzetwaarschuwing aanzetten. De beleggers waren meedogenloos. Het Britse AO World, die onder andere last heeft in – jawel – Duitsland, zag haar beurswaarde met meer dan 60% crashen sinds het begin van het jaar. THG (The Hut Group), een participatie van Sofina, hield in oktober een beleggersdag die niet erg in de smaak viel, en kelderde met 35% op één dag tijd.

In zo’n sfeer een beursgang voorbereiden is geen pretje. Het syndicaat van banken kon nog op enig enthousiasme rekenen bij de Nederlandse investeerders, maar de internationale beleggers waren er een pak minder tuk op, tenzij ze een stevige korting zouden krijgen. Want daar draait het natuurlijk om bij een beursgang: wat mag dat kosten? Voor ons bij Econopolis stond één vraag bovenaan: is Coolblue een retailer of een technologiebedrijf? Moeten we het bedrijf waarderen als pakweg een Ahold en Carrefour, of als een Amazon?

Aanvankelijk circuleerden er stevige bedragen voor de waardering van Coolblue, tussen de vier en zes miljard euro. Maar na de malaise bij haar sectorgenoten, die ook Coolblue niet onberoerd liet, was het lot van de beursgang bezegeld.

‘Uitgesteld’, klinkt het officieel. In die omstandigheden staat het vrolijk blauw-oranje logo er toch maar wat onwennig bij. Maar niet alles is verloren. De afgesprongen IPO betekent geenszins het einde van het groeiverhaal. De expansie in Duitsland zal gefinancierd worden met de eigen kasmiddelen. En de hoofdeigenaars staan bekend om hun geduld en hun vertrouwen in eigen kunnen. Na de catharsis komt de typische Coolblue glimlach vast wel weer naar boven.

 

 

Econopolis