Skip to the content

Wie vertrouwt de Amerikaanse dollar?

In het kort
  • Tijdens de pandemie profiteerde de Amerikaanse dollar van haar status als veilige haven. Ook de relatief snelle economische ommezwaai nadien speelde in haar voordeel.
  • Maar door de exuberante opbouw van de Amerikaanse overheidsschuld, speelt de dollar hoog spel: dat van haar eigen geloofwaardigheid.
  • Op korte termijn valt steun te verwachten van het perspectief op een verstrenging van het monetaire beleid. Maar op langere termijn is de dollar gedoemd om te verzwakken.

 

De dollar heeft er een bewogen jaar op zitten. Maar los van de tijdelijke ups en downs van de Amerikaanse munt is de structurele tendens toch eerder dalend. Waar ligt dat aan? En welke opportuniteiten creëert dat? Betekent het ook het einde van de dollar als veilige haven?

 

Bewogen geschiedenis

Een jaar geleden, in volle coronapaniek, deed de greenback haar reputatie van veilige haven alle eer aan. De pandemie maakte beleggers risico-avers, zij namen de vlucht naar kwaliteitsvol staatpapier in dollars. De Amerikaanse dollar versterkte van 1,12 USD/EUR in het begin van maart naar 1,06 USD/EUR een tweetal weken later.

In de zomer was de paniek grotendeels weggesmolten, en daarmee ook de appetijt voor Amerikaanse obligaties. De dollar verzwakte lichtjes, onder wisselende nieuwsberichten over een vaccindoorbraak, de geleidelijke heropening van de economie, een nieuwe coronagolf en de nieuwe stimuli van de centrale banken en de overheid.

Bij de start van het nieuwe jaar doemde het licht aan het einde van de Amerikaanse coronatunnel langzaam maar zeker op. De vaccinatiecampagne verliep gesmeerd, de lockdown werd versoepeld en de motoren van de economische groei (eerst de productie, daarna de dienstverlening) werden heropgestart. Het economisch optimisme ging gepaard met stijgende inflatieverwachtingen en dito rentes. Mid februari stond de Amerikaanse 10-jaarsrente al op 1,7%, een forse klim tegenover de 0,9% bij het jaarbegin. Amerikaanse overheidsobligaties gaven opnieuw wat rentevergoeding, de dollar kikkerde ervan op.

Enter kersvers president Joe Biden, die in de eerste maanden van 2021 gigantische steunpakketten aankondigde. Prijskaartje: > 4.000 miljard dollar. Als deze plannen goedgekeurd wordt door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, zal dat de schuldgraad van de Verenigde Staten op zo’n 120% van het bruto binnnenlands product brengen. Ter vergelijking: Voor de eurozone is dat 98%. Dat doet menig analist toch de wenkbrauwen fronsen. Kunnen de VS die torenhoge schuldenberg ooit terugbetalen? Die onzekerheid woog de laatste weken op de Amerikaanse munt. Ook de vaststelling dat niet alleen in de VS, maar ook in Europa de economie stevig uit de startblokken is geschoten, drukte op de wisselkoers van de Amerikaanse dollar tegenover de euro. De daling was nog meer uitgesproken tegenover bepaalde munten van opkomende markten en grondstofgerelateerde munten. De dollarindex, die de waarde van de Amerikaanse dollar uitdrukt tegenover de waarde van een mandje vreemde munten, brokkelde gestaag af (-10% op 12 maanden).

 

Stabilisatie op korte termijn

Wie vandaag een precieze voorspelling van de dollar durf te geven, waagt zich op glad ijs. Vroeger was dat wel anders. Toen konden analisten op basis van het reële renteverschil – het renteverschil tussen twee landen of regio’s, gecorrigeerd voor de inflatievoet – vrij correct het toekomstige traject van een wisselkoers uitstippelen. Maar nu wegen andere factoren sterker door, zoals het monetaire beleid en het economisch herstel.

De Federal Reserve – de Amerikaanse centrale bank – staat  voor een delicate evenwichtsoefening. De recente hoge inflatiecijfers schreeuwen om aandacht, maar tegelijk is de centrale bank als de dood om de prille economische heropleving te fnuiken. Voorzitter Powell moet het streefcijfer voor de inflatie (gemiddeld 2% inflatie op middellange termijn) afwegen tegenover dat voor de (maximale) werkgelegenheid. Momenteel koopt de Fed zo’n 120 miljard dollar op aan staatsobligaties en herverpakte hypotheken per maand. Meer en meer stemmen gaan op om stilaan wat terug te nemen (‘tapering’). Als ook blijkt dat de inflatie een duurzaam karakter krijgt – bijvoorbeeld omdat de schaarste op de arbeidsmarkt de lonen omhoog duwt – valt een renteverhoging niet langer uit te sluiten, ook als is dat niet meteen voor morgen. Op korte termijn kan dat perspectief op een aanpassing van het monetaire beleid tijdelijk steun bieden aan de dollar. Econopolis ziet op korte termijn dan ook een stabilisatie rond de huidige niveaus.

Hoe dan ook wordt de Amerikaanse rentecurve almaar steiler. De 10-jaarsrente staat vandaag met 1,5% à 1,6% opnieuw op het niveau van eind 2019, maar de kortetermijnrente ligt nog steeds rond de 0%. De reële rente (nominale rente minus inflatie) noteert intussen bijzonder negatief, wat de facto een ontwaarding van de dollar impliceert.

 

Behoudt de dollar haar status als reservemunt?

Wat gaat de dollar doen op langere termijn? Dat is een ander paar mouwen. Want op lange termijn kan je onmogelijk naast het expansieve begrotingsbeleid van de Verenigde Staten kijken. Hun begrotingstekort voor 2020 bedraagt 15% van het bruto binnenlands product (bbp), voor 2021 wordt deze op 10% geraamd. Verder in dit decennium rekenen officiële Amerikaanse overheidsdiensten met tekorten van ongeveer 4% van het bbp, en dat percentage zal na 2030 wellicht verder oplopen. De langetermijnevolutie van de Amerikaanse schuld zal uiteraard navenant zijn.

En dan komt de kat op de koord. Want wie wil die kolossale schuld financieren? Alles staat of valt met vertrouwen en geloofwaardigheid. Ooit was de dollar de onbetwiste internationale reservemunt van de centrale banken. Maar ondertussen zijn er kapers op de kust, zoals de euro, en wint ook de Chinese renminbi aan belang. In 1999 bedroeg het aandeel van de dollar in de reserves van de centrale banken wereldwijd ruim 70%. In het vierde kwartaal was dat aandeel geërodeerd tot 59%. Nochtans is de status van reservemunt cruciaal voor de dollar, wil ze financiers vinden voor dat immense aanbod aan staatsobligaties. De recente aankondiging van Rusland om haar dollarreserve af te bouwen ten voordele van goud en de renminbi, is een veeg teken. Blijft de dollar de veilige haven in tijden van tegenspoed? Niet iedereen is overtuigd. Op langere termijn ziet Econopolis de dollar verder afzwakken.

 

Beleggingsopportuniteiten bij een verzwakkende dollar

Wie profiteert van een zwakkere dollar? In de eerste plaats de exportgerichte Amerikaanse bedrijven, die hun waar goedkoper aan de man kunnen brengen in het buitenland. Toch zien we bij Econopolis een lagere dollar niet als dé drijvende factor voor de Amerikaanse beurzen. De snelgroeiende vraag van binnenlandse consumenten, de gezonde winstgroei en de hoge winstmarges zijn meer doorslaggevende argumenten om in de Amerikaanse beurzen te investeren.

Wie ongetwijfeld baat heeft bij een structureel zwakkere dollar, zijn de opkomende markten. Om vertrouwen te wekken van financiers geven zij meestal obligaties uit in een vaste munt, die zijn vaak uitgedrukt in dollar. Een zwakkere dollar zorgt rechtstreeks voor lagere schuldenlasten bij die economieën.

Een tweede winnaar is volgens ons goud. Nu de geldhoeveelheid (M2) in 2020 met liefst 25% steeg als gevolg van de immer actieve geldpersen van de centrale banken en de reële rente bijzonder negatief noteert, is goud het schaarse goed par excellence geworden. In tegenstelling tot de hippe cryptomunten heeft het goud wel degelijk een trackrecord van millennia opgebouwd als inflatiebestendige belegging.

 

Conclusie

Tijdens de pandemie trok de dollar als veilige haven risicoschuwe investeerders aan. Ook de snellere economische heropleving in vergelijking met Europa speelde in de kaart van de Amerikaanse munt. Maar in de volgende maanden en jaren zal de dollar onderworpen worden aan een geloofwaardigheidstest. Zullen de financiers de lawine aan overheidspapier als gevolg van het expansieve fiscale beleid blijven slikken? Dan zal de dollar haar status als reservemunt met verve moeten verdedigen, want er liggen andere kandidaten op de loer.

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens behaalde de Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in juni 2015 waarna hij zich verder specialiseerde met een bijkomende Master of Finance aan de Antwerp Management School. Na een stage bij een Europese asset manager vervoegde Jeroen Econopolis in juli 2016. Hij beheert portefeuilles voor zowel private als institutionele klanten. Tevens is Jeroen lid van het Asset Allocatie Committee en het Investment Committee door als macro-econoom beide comités van een economische outlook te voorzien.