Skip to the content

Is er leven na inflatie?

In het kort
  • De inflatiecijfers in de VS kwamen (nog) hoger uit dan verwacht.
  • Naast one-offs, zijn er ook een aantal langdurige elementen die de prijzen naar omhoog duwen.
  • Europa hoeft niet wakker te liggen van een inflatie die de pan uit swingt.
  • De ECB zal haar lagerentebeleid behouden, de Fed staat voor een moeilijke evenwichtsoefening.
  • Als belegger zijn er zeker mogelijkheden om in te spelen op de opportuniteiten van vandaag, zelfs bij een hogere inflatie.

 

De prijzen in de Verenigde Staten zijn aan het stijgen, en niet zo’n klein beetje. Het jaarlijkse inflatiecijfer voor de maand april kwam uit op 4,2%. Analisten en beleggers hielden hun hart vast, want dat het een stevig cijfer zou zijn, stond als een paal boven water. De hamvraag is nu: gaat het om een tijdelijke inflatieopstoot, of zijn we vertrokken voor een langere periode van oplopende inflatie? Zullen de centrale banken even beheerst reageren als ze ons voorspiegelen? En kan je als belegger leren leven met inflatie?

 

Het stond in de sterren geschreven

 

Je moest geen glazen bol hebben om te voorspellen dat de inflatie in de lente zou opveren, nu de Amerikaanse economie langzaam van het slot gaat, de vaccinatiecampagne op volle toeren draait en miljoenen Amerikanen staan te popelen om hun geld opnieuw uit te geven. De lockdown had hen in een spaarmodus gedwongen waaruit ze zich maar wat graag loswrikken.

De opflakkerende consumptie zorgt hier en daar trouwens voor knelpunten in de bevoorradingsketen, met name in sectoren als transport, componenten en grondstoffen. Bedrijven durfden tijdens de pandemie hun voorraden niet te snel aan te vullen. Maar nu de economie zo snel uit de startblokken schiet, is het alle hens aan dek bij de aankoopdirecteuren. Daardoor ontstaat schaarste, en dat zorgt voor nog meer haast om te kopen. Dat lege-rekken-syndroom zet druk op de prijzen

Ook de zwakke vergelijkingsbasis speelt een rol. In april 2020 hadden prijsniveaus hun dieptepunt bereikt. Door de plotse economische stilstand tuimelden grondstoffen toen in ijl tempo naar beneden, waarbij de olieprijs zelfs even onder het nulpunt noteerde. Met zulke lage vergelijkingsbasis kom je automatisch uit op een forsere stijging jaar op jaar.

Deze drie factoren – gretige consumenten, schaarse goederen en een zwakke vergelijkingsbasis – verklaren de inflatieopstoot vandaag. De headline inflatievoet van ruim 4% hadden we in geen twaalf jaar meer gezien, en voor de kerninflatie (zonder voeding en energie, net geen 3% in april 2021) moeten we nog langer in de tijd teruggaan. Maar zal de prijsstijging zich ook doorzetten op langere termijn?

 

Hou de Amerikaanse lonen in het oog

Er zijn elementen die erop wijzen dat het niet noodzakelijk om een tijdelijke inflatieopstoot gaat. Het soepele monetaire beleid van de centrale banken speelt hier een belangrijke rol. Al jarenlang pompen de ECB en de Federal Reserve geld in de economieën door de rentes laag te houden. Tot voor de pandemie krabde menig econoom zich daarover in het haar: hoe is het mogelijk dat het quasi gratisgeldbeleid nauwelijks invloed had op de inflatiecijfers? Hun ongeloof resulteerde vaak in een oproep tot de overheden: als ook zij eens flink in de buidel zouden tasten met spectaculaire investeringsplannen, dan zouden die inflatiecijfers toch moeten bewegen.

Het coronavirus bediende de verwarde economen op hun wenken. Overheden wereldwijd kondigden spectaculaire steunpakketten aan, van helikoptergeld en American Rescue Plans tot Recovery Plans en Green New Deals. De begrotingstekorten in de VS en Europa gingen door het plafond. En wis en waarachtig: de economieën op speed duwden wel degelijk de inflatie naar omhoog. Als je bedenkt wat een bazooka’s er tegenover staan, lijkt die 4,2% zelfs niet eens zo overdreven.

Naast het monetaire beleid zou ook de tendens naar de-globalisering (een les uit de pandemie, en een strategie voor een globaal klimaatplan) een langdurigere opwaartse invloed kunnen uitoefenen op de prijzen, net als een aanhoudende schaarste in grondstoffen en materialen.

Maar dé pion in het inflatieverhaal op lange termijn zijn de lonen. In de VS worden de prijsstijgingen niet automatisch doorgerekend in de lonen. Maar helemaal immuun zijn ze er niet voor. Want de Amerikaanse arbeidsmarkt is een stuk dynamischer en flexibeler dan de Europese (laat staan de Belgische). Tijdens de pandemie stuikte de werkgelegenheid als een pudding in elkaar. Maar eens de economie weer honderd procent op dreef is, zullen de werkgelegenheidscijfers ongetwijfeld volgen – ook al waren de recente werkgelegenheidscijfers toch een lichte teleurstelling. En als blijkt dat arbeidskrachten schaarser worden, zullen we de lonen goed in het oog moeten houden.

 

Inflatievrees in Europa is voorbarig

Europa zal niet ontsnappen aan een hoger inflatiepeil, zij het iets later, omdat de economische boom in Europa wat trager verloopt dan in de Verenigde Staten. Maar er zijn nog meer belangrijke verschillen. De Europese economie is een stuk rigider dan de Amerikaanse. Het begrotingstekort is aanzienlijk, maar minder spectaculair dan in de VS omdat de steunpakketten minder gigantisch waren. En de werkloosheid heeft in Europa een minder diepe duik genomen dan in de VS. Dat zal resulteren in een verwachte groeicijfer voor 2021 van 4,3%, een stuk bescheidener dan dat van de VS (6,9%). We hoeven dus vooralsnog niet wakker te liggen van een Europese inflatie die de pan uit swingt. Een terugkeer naar een normaal peil is een accuratere voorstelling van de feiten.

 

Behouden de centrale banken hun cool?

Zullen de centrale bankiers het geweer van schouder veranderen, nu de inflatie oprukt? Voor de ECB zien we daar geen of weinig redenen toe. Zoals in de vorige paragraaf beschreven, is het economische herstel op het oude continent fragiel en prematuur, en zal de inflatie hoogstens naar een normaal niveau evolueren. De ECB zal haar rente laag houden om de economie alle zuurstof te geven die het nodig heeft.

In Amerika is de situatie moeilijker in te schatten. Analisten kijken met argusogen naar de doelstellingen van de Federal Reserve. Enerzijds wil zij er alles aan doen om de economie de komende tijd op de rails te houden. Anderzijds zouden ze natuurlijk wel ingrijpen moest de inflatie op langere termijn toch ontsporen. Moesten we in die situatie belanden, dan zou een vroegtijdige renteverhoging van de Fed misschien niet eens zo slecht onthaald worden, omdat zo een verdere escalatie voorkomen wordt. Die spanning tussen de doelstellingen op korte en langere termijn zal bepalen of Fed-voorzitter Powel de zelfbeheersing kan opbrengen de rente ongemoeid te laten tot 2023-2024. Het lijkt er voorlopig op dat hij eerder één stapje te laat dan één stapje te vroeg wil zijn.

 

Leven met inflatie als belegger

Het is even wennen voor een beleger, een wereld met prijsstijgingen boven de 2%. Want de rentes stijgen intussen mee. Groeiaandelen krijgen het hard te verduren omdat beleggers de toekomstige cashflows verdisconteren aan hogere rentevoeten, waardoor de actuele waarde van deze aandelen negatief wordt bijgesteld.

Toch hoef je als belegger niet te wanhopen. Er zijn immers voldoende mogelijkheden om rendement te behalen, ook in een omgeving van aanwakkerende inflatie.

 

Zo kiest Econopolis in haar obligatieportefeuille voor inflation-linked bonds. Binnen de aandelenportefeuille floreert traditioneel de financiële sector bij stijgende rentevoeten, waarbij wij verzekeringen verkiezen boven banken. Cyclische sectoren (zoals bouw, grondstoffen, industrie) spelen in op de economische heropleving, al laat Econopolis de ESG-criteria (Ecology, Social responsability en Governance) ook nu niet varen. Tot slot gelooft Econopolis dat vele sectoren de prijsstijgingen van grondstoffen gewoon kunnen doorrekenen aan de eindconsument, zodat bedrijven in bijvoorbeeld de luxe-industrie voluit kunnen profiteren van de aantrekkende vraag.

Conclusie

De Amerikaanse inflatie stijgt sterker dan verwacht. Veel wijst op een tijdelijke opstoot, al zijn er ook factoren met een langdurigere impact in het spel. De evolutie van de lonen in de VS moeten we goed in de gaten houden. In Europa loopt het wellicht niet zo’n vaart, omdat het herstel een stuk fragieler is. Om die reden verwachten we geen verandering in het rentebeleid van de ECB. De Fed staat voor een moeilijkere evenwichtsoefening: zij moet jongleren tussen enerzijds de groei op peil houden, en anderzijds de inflatie niet laten ontsporen. Als belegger zijn er gelukkig voldoende manieren om in te spelen op de opportuniteiten van vandaag, ook als de inflatie boven de 2% uitstijgt.

Econopolis