Skip to the content

Energieneutrale gebouwen zijn geen sciencefiction meer

Een energie-neutraal gebouw of net zero building is een gebouw dat op jaarbasis minstens evenveel energie produceert dan het consumeert. Om dit doel te bereiken doet men beroep op zaken zoals zonnepanelen, betere isolatie, slimme ramen en geothermie. Tegen 2050 zouden 10% van alle gebouwen energieneutraal moeten zijn. Dit zou meer dan 7 gigaton aan CO2 kunnen vermijden. Verder bieden computergestuurde managementsystemen voor gebouwen heel wat potentieel. Ze zijn onder andere in staat om lichten te doven wanneer niemand aanwezig is en om ruimtes automatisch te verluchten. Zo worden de temperatuur en luchtkwaliteit geoptimaliseerd. 

Een energieneutraal gebouw is een gebouw dat gedurende een jaar tijd minstens evenveel energie produceert als het consumeert. Logischerwijze zullen er zowel maanden zijn dat er een tekort aan energie is, als maanden dat er een overschot aan energie geproduceerd wordt. Zo is de productie van elektriciteit uit zonne- en windenergie nu eenmaal afhankelijk van de klimatologische omstandigheden. Net zero buildings bieden heel wat voordelen. Naast het feit dat ze efficiënter en op lange termijn goedkoper zijn, zijn ze ook beter bestand tegen rampen en stroomstoringen.

Er zijn verschillende manieren om het energieverbruik van woningen en gebouwen te optimaliseren. Denk aan zonnepanelen, warmtepompen, (vier)dubbele beglazing, isolatie, efficiënte ramen en zonneweringen. Deze oplossingen zorgen voor een lagere CO2-uitstoot en verlagen de nood aan fossiele brandstoffen. In de praktijk zijn het verbruik van water en afval de eerste zaken die aangepakt worden. Dit gebeurt door het gebruiken van opgevangen regenwater en het composteren van afval. Naast de ecologische voordelen van energieneutrale woningen zijn er ook financiële voordelen. Zo zijn de energiekosten lager en zijn er vaak ook fiscale voordelen aan verbonden.

Gebouwen zijn complexe systemen die heel wat energie vereisen. Denk aan airco- en verwarmingssystemen, waterverwarming, verlichting, enzovoort. Grote gebouwen doen steeds vaker beroep op computergestuurde gebouwmanagementsystemen die het energieverbruik monitoren, evalueren en ingrijpen wanneer er zich opportuniteiten voordoen. Dat zorgt voor heel wat efficiëntiewinsten. Het kan de energieconsumptie van gebouwen met 10 tot 20 procent doen dalen. Deze systemen zorgen er onder andere voor dat lichten automatisch uitgaan wanneer er niemand in de buurt is en dat ruimten automatisch verlucht worden om de luchtkwaliteit en temperatuur te optimaliseren.

www.energyintime.eu

Energieneutrale gebouwen vandaag

Op dit moment lopen er in de Verenigde Staten 580 ‘zero energy projects’. Dat zijn 10 keer zoveel projecten als in 2012, toen de New Buildings Institute (NBI) de situatie begon te bestuderen.

Een mooi voorbeeld van een energieneutraal gebouw is het hoofdkwartier van het biotechnologiebedrijf United Therapeutics in Maryland. Het hoofdkwartier is zelfs meer dan energieneutraal aangezien het beduidend meer energie produceert dan het verbruikt. Zo werd er eerst en vooral voor een elliptische vorm gekozen om zoveel mogelijk blootstelling aan het noorden en het zuiden te hebben en is elke verdieping een beetje kleiner dan de vorige om de 3000 geïnstalleerde zonnepanelen zo rendabel mogelijk te laten opereren. Verder wordt geothermie gebruikt om de gebouwen optimaal te kunnen verwarmen en af te koelen.

Toekomst net zero buildings

Net zero buildings kunnen als het ware samengevat worden als een combinatie van verschillende milieuvriendelijke oplossingen. Denk aan slimme ramen die automatisch zorgen voor voldoende verluchting en licht, efficiënte afkoelings- en verwarmingssystemen, goede isolatie, enzovoort.

Paul Hawken, professor en klimaatexpert, stelt dat wanneer tegen 2050 ongeveer 10% van alle gebouwen energieneutraal zouden zijn, er maar liefst 7.1 gigaton aan CO2-uitstoot vermeden zou kunnen worden. Verder zullen computergestuurde gebouwmanagementsystemen enkel en alleen maar aan belang winnen. Deze systemen zouden in staat moeten zijn om de verwarming en verluchting van ruimten 20% efficiënter te maken. Verder kunnen ze ook de verlichting beter regelen. Wanneer tegen 2050 de helft van alle gebouwen beroep zou doen op deze systemen, dan zou 4.6 gigaton minder CO2 uitgestoten worden. De kost van de benodigde investeringen (68 miljard dollar) is slechts een fractie van de 880 miljard dollar die bespaard kan worden in de komende 30 jaar.

Wie maakt energieneutrale gebouwen mogelijk?

Zonnepanelen, geothermie, isolatie en slimme ramen. Het zijn slechte enkele van de vele tools waarop beroep gedaan kan worden om gebouwen energieneutraal te maken.

Het Duitse Steico, het Deense Rockwool, en het Amerikaanse Installed Building Products (IBP) zijn voorbeelden van spelers die sterk staan in isolatie. Zo produceert Steico isolatiemateriaal dat gemaakt is van ecologisch vriendelijke houtvezels. Rockwool doet op zijn beurt beroep op steenwol oplossingen om gebouwen te isoleren. Tot slot houdt Installed Building Products zich bezig met de installatie van isolatie voor enkele toonaangevende fabrikanten.

Ook het Japanse Daikin of het Franse Schneider Electric kunnen hun bijdrage leveren aan energie-neutrale gebouwen. Zo is Daikin een belangrijke speler in warmtepompen en is Schneider Electric een belangrijke aanbieder van digitale automatisatie- en energieoplossingen voor gebouwen. Tot slot kan er ook gekeken worden naar Lennox International en Trane Technologies. Beide bedrijven houden zich bezig met de productie van klimaatregelingsapparatuur zoals verwarming, ventilatie, airconditioning en koeling.

 

 

Gino Delaere & Pieter Slegers

Gino Delaere & Pieter Slegers

Gino Delaere is licenciaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Universiteit Antwerpen) aangevuld met een MBA behaald aan het Xavier Institute of Management (Bhubaneswar, India). Sinds ruim tien jaar verdiept hij zich in de opkomende markten wereldwijd en reist hij de wereld rond op zoek naar interessante investeringsopportuniteiten. Voorheen werkte hij voor verschillende grote vermogensbeheerders waar hij ondermeer mee aan de wieg stond van enkele thematisch geïnspireerde aandelenfondsen. Vandaag brengt hij als hoofd van het Econopolis kantoor in Singapore een belangrijk deel van zijn tijd door in hoofdzakelijk Azië en Latijns-Amerika en heeft hij de eindverantwoordelijkheid over de aandelenselectie in de groeilandenfondsen.

Pieter Slegers behaalde in 2020 een Master in de Handelswetenschappen (optie Financieel Management) aan de KU Leuven. In zijn master thesis deed hij onderzoek naar de performantie van kwantitatieve beleggingsstrategieën op de Europese aandelenmarkt. Tijdens zijn studies deed Pieter werkervaring op bij onder andere de private banking afdeling van BNP Paribas Fortis, BinckBank en Bolero. Verder kan u hem ook maandelijks terugvinden in het magazine Gids voor de Beste Belegger van het VFB. Sinds september 2020 vervoegde Pieter het team van Econopolis als Portfolio Analyst.