Skip to the content

Beleggen in de wereld van morgen: landbouw en voeding

Voor meer dan 2,5 miljard mensen op onze planeet maakt de productie van voeding hun belangrijkste broodwinning uit. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de productie, het transport en de opslag van voeding heel wat broeikasgassen uitstoot. Verder wordt ongeveer 1/3de van alle voeding verspild. Dat is niet alleen in westerse landen zo, maar ook in de opkomende markten. Ook de manier waarop we voeding produceren is belangrijk. Duurzame landbouw zal op termijn de norm worden. Op die manier zal er minder water voor nodig zijn, en kan de rendabiliteit per hectare landbouwgrond verhoogd worden. Op de beurs zijn er tal van bedrijven die hierop inspelen. Op deze manier kunnen we ons steentje bijdragen aan een betere maatschappij.

Voedingsmarkt vandaag

Vandaag de dag produceren we wereldwijd voedsel voor maar liefst 10 miljard mensen, en dat terwijl er momenteel slechts 7.8 miljard individuen op deze planeet rondlopen. Het is dan ook zeer jammer om te constateren dat 30 tot 40% van alle voeding weggegooid of vernietigd wordt zonder dat het ooit ons bord bereikt. De voeding die we jaarlijks verspillen staat garant voor een CO2-uitstoot van 4,4 gigaton per jaar. Dat is gelijk aan maar liefst 8% van alle broeikasgassen.

Er is dan ook sprake van een pijnlijke discrepantie wat voeding betreft: zij die nood hebben aan voeding hebben geen toegang (derdewereldlanden), terwijl de Westerse bevolking lijdt aan chronische overconsumptie. Obesitas wordt dan ook een steeds groter probleem in onze contreien. Vandaag sterven wereldwijd meer mensen aan obesitas dan aan ondergewicht. Zo eet de gemiddelde Amerikaan jaarlijks ongeveer 100 kilogram vlees. Dat is bijna 4 keer zoveel als de aanbevolen hoeveelheid. Deze overconsumptie brengt een stevig prijskaartje met zich mee. Het staat garant voor 15% van alle jaarlijkse broeikasgassen. De humane en economische kosten zoals ziekten en werkonbekwaamheid worden dan nog buiten beschouwing gelaten. Wanneer we in de toekomst minder vlees zouden eten, en er dus minder nood aan veeteelt zou zijn, zou de methaanuitstoot drastisch verlaagd kunnen worden.

In tegenstelling tot wat u misschien zou verwachten, wordt er meer voedsel verspild in de opkomende markten dan in de ontwikkelde landen. De aard van de verspilling is wel anders. Terwijl in het Westen voedsel gewoonweg weggegooid wordt wegens overdaad, kan voedselverspilling in de opkomende markten voornamelijk verklaard worden door een inefficiënte manier van oogsten, slecht transport en een gebrek aan mogelijkheden om voedsel gekoeld te bewaren. Er ligt dan ook nog heel wat potentieel om het voedingsproces efficiënter te laten verlopen.

Toekomst voedingsmarkt

Het tegengaan van voedselverspilling moet de komende jaren een prioriteit worden. Wanneer tegen 2050 de wereldwijde voedselverspilling met de helft zou dalen, zou 26.2 gigaton aan CO2 vermeden kunnen worden. Verder zou dit ook de verdere ontbossing voor extra landbouwgrond tegengaan. Dat zou tegen 2050 de CO2-uitstoot volgens professor en klimaat-expert Paul Hawken nog eens verder kunnen verlagen met 44.4 gigaton. Concreet zou er zo dus iets meer dan 70 gigaton aan koolstofdioxide vermeden kunnen worden. Ter illustratie: jaarlijks wordt er wereldwijd ongeveer 43 gigaton aan CO2 uitgestoten.

Uiteraard is niet enkel het tegengaan van overconsumptie en voedselverspilling belangrijk. Voedsel moet ook op een zo duurzaam mogelijke manier geproduceerd, getransporteerd en opgeslagen worden. Terwijl de wereldbevolking toeneemt, daalt het beschikbare landbouwareaal stelselmatig. Een efficiënte manier van irrigatie van landbouwgronden is daarom zeer belangrijk (er gebeurt al veel irrigatie, maar vaak zeer inefficiënt en met veel waterverspilling). Er zal meer geproduceerd moeten worden per beschikbare hectare. Hier zijn verschillende oplossingen voor. Denk aan pesticiden, zaden en gewasbeschermers. Ook waterbeheer is hierbij zeer belangrijk. Zo verbruikt de landbouwsector vandaag 70% van de wereldwijde zoetwaterbronnen, en is irrigatie essentieel voor 40% van de wereldwijde voedselproductie.

De technologie die gebruikt wordt om landbouwgrond te irrigeren moet dan ook verbeterd worden in de toekomst. Wanneer tegen 2050 het aantal hectare landbouwgrond dat beroep doet op duurzame irrigatie zou stijgen van 133 miljoen hectare naar 448 miljoen hectare, zou dit de cumulatieve CO2-uitstoot over 30 jaar met 1.33 gigaton kunnen verlagen. Goed voor een besparing van maar liefst 430 miljard dollar. Momenteel zijn het voornamelijk landen zoals de Verenigde Staten en Australië die reeds druppel- en sproeierirrigatie gebruiken. Vooral in Azië en derdewereldlanden liggen nog veel opportuniteiten. Derdewereldlanden zijn dan ook vaak nog zeer afhankelijk van landbouw. Helaas beschikken zij momenteel nog niet over de juiste kennis en middelen.

 

Hoe beleggen in duurzame landbouw en voeding?

Wanneer we op de beurs ons steentje willen bijdragen in duurzame voeding, kunnen we best kijken naar de landbouwsector. Een andere denkpiste is via water, maar daar zullen we in een afzonderlijke bijdrage meer in detail op terugkomen. Bij Econopolis wordt de focus gelegd op kwaliteitsvolle voeding die op een duurzame en ecologisch vriendelijke manier geproduceerd wordt, en op het verhogen van de productiviteit per hectare landbouwgrond. Op de beurs zijn er enkele bedrijven die hierop inspelen.

Het Nederlandse bedrijf Corbion is vooral bekend als producent van organische zuren zoals melkzuur. Het bedrijf transformeerde de afgelopen jaren echter van een suikerproducent naar een innovatief biotechnologiebedrijf. Corbion wil een ingrediëntenbedrijf zijn dat duurzame oplossingen biedt om de levenskwaliteit van huidige en toekomstige generaties te verbeteren.

Verder zouden ook KWS of Vilmorin (Franse zaadproducent) interessante spelers kunnen zijn. Het Duits zaadverdelingsbedrijf KWS specialiseert zich in suiker, bieten, maïs en granen. KWS opereert voornamelijk in Europa en Noord-Amerika. Het bedrijf voorziet hoogrenderende en grondstofefficiënte zaadsoorten die duurzame landbouw mogelijk maken. Zo wordt de rendabiliteit per hectare landbouwgrond verhoogd.

Tot slot kan ook gekeken worden naar bedrijven zoals onder andere Raven Industries, de Amerikaanse fabrikant van precisielandbouwproducten. Precisielandbouw laat het toe om aan de hand van GPS of sensoren per drone of satelliet landbouwmachines aan te sturen. Raven Industries is 850 miljoen dollar waard op de beurs en verhoogt de efficiëntie van landbouwers. Zo is er enerzijds minder water nodig, en kunnen er anderzijds meer gewassen geteeld worden tegen een hogere kwaliteit.  

 

Gino Delaere & Pieter Slegers

Gino Delaere & Pieter Slegers

Gino Delaere is licenciaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Universiteit Antwerpen) aangevuld met een MBA behaald aan het Xavier Institute of Management (Bhubaneswar, India). Sinds ruim tien jaar verdiept hij zich in de opkomende markten wereldwijd en reist hij de wereld rond op zoek naar interessante investeringsopportuniteiten. Voorheen werkte hij voor verschillende grote vermogensbeheerders waar hij ondermeer mee aan de wieg stond van enkele thematisch geïnspireerde aandelenfondsen. Vandaag brengt hij als hoofd van het Econopolis kantoor in Singapore een belangrijk deel van zijn tijd door in hoofdzakelijk Azië en Latijns-Amerika en heeft hij de eindverantwoordelijkheid over de aandelenselectie in de groeilandenfondsen.

Pieter Slegers behaalde in 2020 een Master in de Handelswetenschappen (optie Financieel Management) aan de KU Leuven. In zijn master thesis deed hij onderzoek naar de performantie van kwantitatieve beleggingsstrategieën op de Europese aandelenmarkt. Tijdens zijn studies deed Pieter werkervaring op bij onder andere de private banking afdeling van BNP Paribas Fortis, BinckBank en Bolero. Verder kan u hem ook maandelijks terugvinden in het magazine Gids voor de Beste Belegger van het VFB. Sinds september 2020 vervoegde Pieter het team van Econopolis als Portfolio Analyst.

comments powered by Disqus