Skip to the content

Duurzaam beleggen: leidend sinds onze start

De opmars van duurzame beleggingen is onstuitbaar. Door de coronacrisis is de integratie van Ecologische, Sociale en Governance criteria (ESG) immers steeds belangrijker geworden bij zowel institutionele als particuliere beleggers. De trend was al langer duidelijk, maar net zoals de digitalisering is ook de verduurzaming van beleggingen een versnelling hoger geschakeld. Duurzaamheid is echter geen hype bij Econopolis, maar zit verankerd in ons DNA. In 2009 waren we pioniers, en dat willen we vandaag opnieuw zijn.

Cijfers

Uit de studie die Morningstar regelmatig publiceert, blijkt dat de geldstromen richting duurzame beleggingsfondsen in 2020 aanzienlijk toenamen in Europa. Europa blijft een voortrekker op het vlak van duurzaamheid en heeft een lange historie op dit vlak. Er zijn momenteel iets meer dan 2.700 duurzame fondsen in Europa. De keuze is dus enorm.

Uit de crisis is ook gebleken dat duurzame fondsen een goed trackrecord hebben opgebouwd. Want in het verleden werd vaak gesteld dat duurzame beleggers aan rendement moesten inboeten. Dat blijkt niet te kloppen. Zes van de tien duurzame fondsen leverden een hoger rendement op dan niet-duurzame fondsen in de afgelopen tien jaar. Dat blijkt uit een studie die ook door Morningstar werd uitgevoerd. Zij hebben de langetermijnprestaties geanalyseerd van 745 in Europa gedomicilieerde duurzame beleggingsfondsen. Op een periode van één, vijf en tien jaar heeft de meerderheid een superieur voor risico gecorrigeerd rendement neergezet. In volle coronacrisis presteerden duurzame fondsen, tijdens de marktcrash in het eerste kwartaal, gemiddeld ook 1,83 procentpunt beter. ESG-factoren zijn dus geen leuke optie, maar een noodzaak, die op lange termijn voor extra rendement zorgen. Het is dus een goede zaak om controversiële bedrijven uit te sluiten en tegelijkertijd ook de bedrijven te belonen die op alle duurzaamheidscriteria goed scoren.

En dat de interesse bij beleggers er is, blijkt uit een enquête van Schroders. Uit hun Institutional Investor Study in 2020 blijkt “dat actieve betrokkenheid en rentmeesterschap voor vermogensbeheerders ontzettend belangrijk zijn geworden als aanjagers van duurzame verandering.”

 

 

Aan het onderzoek hebben 650 institutionele beleggers meegewerkt die een gezamenlijk vermogen van 25,9 biljoen dollar beheren. 59% van deze instellingen gaf aan dat actieve betrokkenheid en rentmeesterschap van een onderneming een belangrijke verduurzamingsbenadering is.

Dit is een aanzienlijke stijging vergeleken met 38% vorig jaar. Bovendien is de aandacht van beleggers voor een inclusieve beleggingsbenadering, die hoofdzakelijk erin bestaat een positieve selectie te maken van de best presterende ondernemin- gen of beleggingen, ook toegenomen van 44% tot 61%. Het aantal beleggers dat daarentegen voor een uitsluitingsbenadering koos, daalde even hard van 53% naar 36%. Duurzaam beleggen is dus zeker geen stijl meer die enkel wordt ‘gepusht’ door vermogensbeheerders; cliënten eisen dit zelf van hun vermogensbeheerder.

Driedimensionaal

Door de aandacht voor klimaatverandering, de Green Deal in Europa en China en het feit dat de verkozen president Joe Biden heeft gesteld om vanaf dag één opnieuw aan te haken bij het Parijse Klimaatakkoord, is de ‘E’ in ESG voor veel beleggers erg belangrijk geworden. In het bedrijfsleven is dit ondertussen sterk doorgedrongen. Een recente enquête van HSBC bij 10.000 van hun wereldwijde cliënten heeft aangetoond dat 78% van de bedrijven milieudoelstellingen heeft. Dat is een toename met 10 procentpunt op één jaar. Ook de verwachtingen over de Klimaattop van de Verenigde Naties eind 2021 (COP 26) zijn hooggespannen. Zowel in Europa, China als de Verenigde Staten zien we nu geconcerteerde acties om de klimaatvraagstukken echt aan te pakken. Azië zal een steeds grotere rol spelen in het bepalen van de agenda rond klimaatverandering. Ook het beschermen van de biodiversiteit moeten we in dat kader zien. 

Niet ééndimensionaal

Maar een goede duurzaamheidsstrategie besteedt ook aan de ‘S’ en ‘G’ de nodige aandacht. ESG mag geen ééndimensionaal verhaal worden, want dan ontstaan er scheeftrekkingen. Zo wordt het sociale steeds belangrijker. We kunnen dit niet los zien van maatschappelijke evoluties zoals de Gele Hesjes en Black Lives Matter.

In 2021 zullen bedrijven steeds meer onder druk worden gezet om hun verantwoordelijkheid ten overstaan van de maatschappij en hun werknemers in de volledige productieketen op te nemen. Dat heeft uiteraard veel te maken met de zware gevolgen van de pandemie op veelal de meest kwetsbare werknemers. Volgens cijfers van de International Trade Union Confederation (ITUC) werd meer dan 80% van de wereldwijde werknemers (3,3 miljard mensen) getroffen door de gedeeltelijke of volledige sluiting van hun onderneming. In totaal werden er in het tweede kwartaal van 2020 17,3% minder werkuren gepresteerd dan in hetzelfde kwartaal van 2019. Bedrijven zullen moeten aantonen hoe zij omgaan met hun stakeholders.

Dat hangt nauw samen met ‘governance’: het geheel aan normen en waarden die inherent zijn aan het businessmodel van ondernemingen. Warren Buffett wist het al: “integriteit is de belangrijkste eigenschap van mensen.”

Ratings

Net zoals in de traditionele financiële analyse worden er ESG-ratings toegekend aan bedrijven. Die hebben uiteraard hun nut als eerste indicatie, maar vertonen vaak een gebrek aan consistentie.

 

 

Er is de afgelopen jaren hard gewerkt aan het verbeteren van de ESG- verslaglegging, maar er is nog steeds weinig standaardisering en transparantie op internationaal niveau. Er is geen universeel aanvaarde set principes en richtlijnen. Dat maakt het soms moeilijk om duurzaamheidsfactoren in het beleggingsproces te vergelijken en te integreren. Dit is de taak van een onderlegde analist en beheerder.

Regelgeving

De regelgeving op Europees niveau zal de komende jaren, vanaf maart 2021, een belangrijke impuls geven aan duurzaam beleggen. De bedoeling is om een gelijk speelveld te creëren, om zoveel mogelijk geld naar duurzame beleggingen te kanaliseren, om ‘greenwashing’ tegen te gaan en om de ESG-verslaglegging te verbeteren. Vermogensbeheerders en financiële adviseurs zullen het de komende maanden nog bijzonder druk krijgen met deze nieuwe set regels. De nieuwe wetgeving die voortvloeit uit het Europese Unie-actieplan voor een groenere economie verplicht vermogensbeheerders tegen maart 2021 immers om al hun beleggingsproducten te gaan classificeren op basis van duurzaamheid. Dit met het oog op het bereiken van de milieudoelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord en de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN.

De eerste belangrijke regelgeving is de SDFR (Sustainable Finance Disclosure Regulation). Die wil meer transparantie bieden over hoe financiële marktdeelnemers zoals vermogensbeheerders en financieel adviseurs duurzaamheidsrisico’s en -kansen opnemen in hun beleggingsbeslissingen en -aanbevelingen. Al hun beleggingsfondsen moeten worden onderverdeeld in drie duurzaamheidscategorieën, met name grijs, lichtgroen en donkergroen. Al het marketingmateriaal, de documentatie en reportings moeten hieraan aangepast worden. De SFDR treedt in maart 2021 in werking en komt voort uit het Europese Unie actieplan om duurzame groei te bevorderen. Dat bestaat uit tien punten.

Ook de verslaglegging zal veranderen. Dit is de Non-Financial Reporting Directive (NFRD), die de eisen op het vlak van niet-financiële rapportage (de integratie van ESG-gegevens) bij bedrijven aanscherpt en verduidelijkt. Bedrijven moeten al sinds 2018 niet-financiële gegevens opnemen in hun jaarverslag, maar door de NFRD wordt dit nog geformaliseerd en gestandaardiseerd.

De EU-taxonomie die op dit moment wordt afgerond en zes milieudoelstellingen van de Europese Commissie wil realiseren, plaveit de weg voor een pan-Europees Ecolabel voor financiële producten. Op die manier kunnen vermogensbeheerders hun duurzame producten grensoverschrijdend verdelen. Dat Ecolabel is echter enkel toegespitst op ecologische criteria. Laten we hopen dat het ook een sociaal aspect krijgt.

Duurzaamheid bij Econopolis

Duurzaamheid is een van onze fundamenten sinds oprichting in 2009, nog lang voor dit mainstream werd. We willen een betrouwbare vermogensbeheerder zijn die in het belang van de klant handelt, zonder onze maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontlopen. Iedereen binnen de organisatie draagt die visie uit in onze dagelijkse werking.

Ons duurzaam investeringsbeleid combineert verschillende strategieën. Bepaalde activiteiten of bedrijven horen niet thuis in een duurzame investeringsportefeuille. Daarom is negatieve selectie de eerste stap in ons proces. Hiervoor baseren we ons op twee internationaal gerenommeerde uitsluitingslijsten. Enerzijds volgen we de bedrijfsspecifieke exclusielijst van het Noors pensioenfonds, het grootste staatspensioenfonds ter wereld. Anderzijds volgen we ook de activiteit gebaseerde exclusielijst van de International Finance Corporation (IFC), een dochteronderneming van de Wereldbank. De combinatie van deze twee lijsten biedt de nodige garantie dat bedrijven en activiteiten die het niet nauw nemen met mensen- en arbeidsrechten, wapenfabrikanten en organisaties die het milieu zwaar beschadigen op voorhand zijn uitgesloten.

Duurzaam beleggen gaat voor Econopolis verder dan enkel uitsluitingen. Daarom passen we ook een positieve selectiecriteria toe. Hiervoor rekenen we op de knowhow en expertise van onze eigen analisten, gekoppeld aan de expertise van Sustainalytics, de wereldleider in onafhankelijke duurzaamheidsanalyses. Sustainalytics berekent voor elk beursgenoteerd bedrijf een risicoscore op basis van duurzame parameters als milieu, sociale zaken en deugdelijk bestuur. We beschikken dus over kwantitatieve maatstaven waaraan onze beleggingen moeten voldoen. We bekijken deze analyses steeds kritisch en gaan Sustainalytics ook challengen indien nodig.

Het duurzaamheidsbeleid van Econopolis wordt ook erkend zowel nationaal en internationaal. Zo zijn we ondertekenaar van de Principes voor Verantwoord Beleggen van de VN (UN PRI). Dit is de grootste voorvechter van maatschappelijk verantwoord investeren wereldwijd en verenigd vermogensbeheerders, kredietinstellingen en beleggers die de door de Verenigde Naties onderschreven principes van verantwoord investeren in de praktijk brengen. Tot slot hebben we voor meerdere van onze fondsen ook het prestigieuze Towards Sustainability Label van Febelfin in de wacht gesleept. Met deze kwaliteitsnorm voor duurzame financiële producten kunnen fondsbeleggers er gerust op zijn dat ze niet beleggen in schadelijke bedrijfsactiviteiten, maar wel in bedrijven met een duidelijke duurzaamheidsstrategie en een transparant beleid over controversiële kwesties. Een onafhankelijke instelling controleert of een beleggingsfonds voldoet aan deze kwaliteitsnorm inzake duurzaam en verantwoord beleggen.

Maxim Gilis

Maxim Gilis

Maxim Gilis behaalde in 2015 een Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Zijn master thesis handelde over aandelendiversificatie in groeilanden. Vervolgens behaalde hij een aanvullende Master of Finance aan de Antwerp Management School, waar hij onderzoek deed naar duurzaam investeren voor een Europese asset manager. In de zomer van 2016 vervoegde Maxim het team van Econopolis als Fund Management Analyst.