Skip to the content

Maak van klimaatuitdaging een economisch succesverhaal

door Geert Noels, CEO and Chief Economist, en
Kristof Eggermont, Senior Consultant

 

Het nieuwe rapport van het VN-klimaatpanel IPCC is zeer duidelijk: klimaatopwarming gebeurde nog nooit zo snel, de mens is de oorzaak en drastische maatregelen dringen zich vandaag op als we de schadelijke effecten willen beperken op lange termijn. Dat zijn de belangrijkste conclusies die worden getrokken in het klimaatrapport (1000+ pagina’s) waaraan 234 wetenschappers meeschreven. De vraag die zich echter ook stelt: wat kan Vlaanderen doen om het op te lossen?

 

Om de 6 à 8 jaar publiceert de IPCC een rapport over de belangrijkste wetenschappelijke inzichten met betrekking tot klimaatverandering. Deze rapporten stellen geen beleidsmaatregelen voor, maar schetsen wel waar we staan met klimaatopwarming, hoe de toekomst er kan uitzien in verschillende klimaatscenario’s en wat de effecten zijn op weervlak, op de mens en op de wereldwijde ecosystemen. Op maandag 9 augustus heeft het VN-klimaatpanel IPCC een nieuw rapport uitgebracht waarin de toekomst van ons klimaat wordt toegelicht. De resultaten zijn onheilspellend: de meest waarschijnlijke temperatuurverwachtingen lopen uiteen van 1 tot 5,7 °C in 2100. Dit zal resulteren in smeltende ijskappen, stijgende zeeniveaus en extremere weersomstandigheden. Het rapport is dus een enorme wake-up call voor de mensheid wereldwijd. Het rapport toont echter ook aan dat we de schade op lange termijn kunnen beperken indien we vandaag acties ondernemen. Wel wordt het tijdvak om te handelen steeds korter en zullen de acties die zich opdringen steeds ingrijpender worden.

 

 

Wat zijn de belangrijkste inzichten uit het rapport? 


In feite zijn de inzichten van het IPCC in de afgelopen 13 jaar niet zo veel gewijzigd, alleen zijn ze veel zekerder geworden over de invloed van de mens en de opwarming en gevolgen in de volgende decennia. Samengevat:

  • Het klimaat veranderde nog nooit zo snel de afgelopen duizenden jaren. Momenteel zit de wereldwijde opwarming aan 1,1 °C vergeleken met de periode tussen 1850 en 1900. 
  • De mens is duidelijk de oorzaak van klimaatopwarming. Natuurlijke factoren zoals vulkanen of de stand van de zon hebben nauwelijks iets bijgedragen aan de stijging van de temperatuur.
  • Klimaatverandering leidt tot extremer weer. Weerfenomenen als hittegolven, ernstige droogte, extreme regens en bosbranden zullen intenser en frequenter voorkomen.
  • Temperatuurstijgingen zijn de komende decennia onvermijdelijk, ongeacht wat er met de CO2-uitstoot gebeurt. Ook zijn sommige veranderingen die in beweging zijn gezet, zoals de stijging van het zeespiegelniveau, onomkeerbaar voor honderden tot zelfs duizenden jaren. Bij een opwarming van 2 °C stijgt het zeeniveau met 2 tot 6 meter gedurende de volgende 2.000 jaar.
  • Om klimaatopwarming om te keren, en al haar negatieve gevolgen zoals een stijgende zeespiegel en extreme weeromstandigheden, moeten we vandaag drastische maatregelen nemen. Zonder directe uitstootreductie zal onze planeet 1,5 °C bereiken in de komende 20 jaar. Als we de opwarming willen beperken tot 1,5 °C op de lange termijn, mag de mens nog maar 300 Gigaton CO2 uitstoten. In het huidige tempo zou dit koolstofbudget opgebruikt zijn op slechts acht jaar. 
  • In België zullen we in de toekomst nattere winters krijgen en drogere zomers. Overstromingen zoals deze zomer in België zullen meer voorkomen door intensere neerslag. De toename van het aantal droogteperiodes zal leiden tot watertekorten in de natuur en landbouw.

 

 

Hoe kwetsbaar is België voor de effecten van klimaat-opwarming? 


De schadelijke effecten van klimaatopwarming zullen een grote economische weerslag hebben. Afhankelijk van de sociaal-economische en natuurlijke structuur zal elk land haar eigen kwetsbaarheden hebben en niet elk land zal even weerbaar zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. In een recente studie van Swiss Re Institute[1] werden de economische effecten van klimaatopwarming in kaart gebracht voor de belangrijkste economieën in de wereld. 
Uit de analyse blijkt dat de economische impact van klimaatopwarming in België relatief laag is. Wat wel opvalt, is dat België zeer slecht scoort op de “wet index”. Deze index houdt rekening met alle klimaatrisico’s verbonden aan extreem natte omstandigheden, zoals overstromingen. Dit is niet verrassend, aangezien België zeer kwetsbaar is voor een stijgende zeespiegel. In Vlaanderen ligt 15% van het oppervlak immers op minder dan vijf meter boven het gemiddelde zeeniveau. Ook is Vlaanderen met voorsprong de meest verharde regio van Europa. Hoe meer oppervlakte verhard is, hoe minder water kan insijpelen en hoe hoger het risico op overstromingen. 
 
Volgens Swiss Re Institute zullen de volgende sectoren de grootste effecten ondervinden:
  • Landbouw: Lager rendement door hogere temperaturen en lagere waterstanden.
  • Gezondheidszorg: Hogere temperaturen leiden tot hogere mortaliteitsgraad van sommige ziektes.
  • Toerisme: Stijgende zeespiegel zorgt voor verlaagde aantrekkelijkheid van de kust.
  • Drinkwatervoorziening: Meer droogteperiodes zorgen voor lager grondwaterpeil. 
Ook stellen de auteurs dat de stijging van het zeeniveau ervoor zal zorgen dat activiteiten die aan de kust plaatsvinden kwetsbaar zijn voor overstromingen (bv. vastgoed, recreatie, enz.). Al deze resultaten dienen echter wel kritisch bekeken te worden. 
 
Een eerste bedenking is dat de gebruikte modellen dikwijls geen rekening houden met het feit dat de mens zich geleidelijk aan aanpast aan de nieuwe omgeving en dat de BBP-impact bijgevolg iets overschat is. Zo kan het zijn dat zilte groenten of aquacultuur een steeds belangrijkere rol zullen spelen in onze voedselvoorziening. Verder hoeft klimaatverandering geen rem te zetten op de toerisme-inkomsten van België. Een kustbeschermingsplan kan verder kijken dan het beschermingsaspect alleen, door alle sociaal-economische opportuniteiten in kaart te brengen die ingrepen met zich meebrengen. Een duinengordel heeft bv. een beschermingsfunctie, maar biedt ook nieuwe mogelijkheden voor toerisme en recreatie. Zo kunnen risico’s worden omgezet in opportuniteiten.
 
Een tweede bedenking is dat de modellen van Swiss Re Institute enkel rekening houden met de directe economische effecten van klimaatopwarming. Een grote kwetsbaarheid in België, mogelijks de grootste, ligt echter in de aanwezigheid van de energie-intensieve basisindustrie. Onze basisindustrie is de economische ruggengraat van onze samenleving en levert de basismaterialen die gebruikt worden in allerlei sectoren van de economie. De basisindustrie is echter ook verantwoordelijk voor heel wat CO2-uitstoot. Toenemende maatschappelijke druk om te vergroenen en stijgende CO2-prijzen maken het voor deze bedrijven steeds moeilijker om in deze omgeving te overleven. 

Hoe kunnen we het klimaat maximaal redden?  


Het is duidelijk dat we zo snel mogelijk naar het punt moeten komen dat de wereldeconomie geen CO2 meer in de atmosfeer loost, maar zelfs netto CO2 begint te onttrekken. Dat omslagpunt, het punt waar we terug onttrekken, wordt “Drawdown” genoemd. Daar schreef Paul Hawken een boek over, we hebben hem bij Econopolis in 2019 uitgenodigd, en ook aan onze koning voorgesteld. Paul Hawken schreef het boek op basis van werk gedaan door 230 onderzoekers uit 22 landen. Ze becijferden de 100 beste oplossingen, die naar het punt van omslag leiden. Je kan dat integraal lezen op de website drawdown.org of het boek in het Nederlands bestellen. Het bevat zeer inspirerende oplossingen, geen “doom en gloom”-oplossingen. In plaats van af te schrikken, is het een lange lijst van haalbare en becijferde projecten. Uiteraard zijn ze niet allemaal verrassingen, maar toch zitten er erg innovatieve ideeën bij die ook ons land kunnen inspireren. 
 
De top 10:
  1. Management van airco’s (koeling)
  2. Wind turbines 
  3. Verminderde verspilling voedsel 
  4. Adoptie plantenrijk dieet
  5. Herstel tropisch regenwoud 
  6. Wereldwijd onderwijs voor meisjes
  7. Gezinsplanning
  8. Zonneparken
  9. Silvopasture
  10. Daken met zonnepanelen
 
Sommige zaken zijn gekend, andere niet. “Silvopasture” is bijvoorbeeld erg belangrijk, en bestaat uit het half bebossen van weides. Bomen zijn een geweldige technologie van de natuur om CO2 te capteren. Verder zorgen ze ook goed voor koelte. In Vlaanderen zou dit een erg innovatief idee zijn, dat misschien onze landbouw ook een stap hoger zou kunnen zetten in de oplossing van het klimaat. 

Wat moeten we doen in België?  


Om de kwetsbaarheid van België voor de effecten van klimaattransitie in te dekken zal ingezet moeten worden op twee sporen: klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. 
 
Klimaatadaptatie houdt alle maatregelen in waarbij samenlevingen hun kwetsbaarheid tegenover klimaatverandering indekken, bv. door een verbeterde kustbescherming of beter management van water of ook het koelen van steden en minder gebruik van beton en verharding. Het IPCC-rapport geeft immers aan dat temperatuurstijgingen de komende decennia onvermijdelijk zijn, ongeacht wat er met de CO2-uitstoot gebeurt. Ook zijn sommige veranderingen die in beweging zijn gezet, zoals de stijging van het zeespiegelniveau, onomkeerbaar voor honderden tot zelfs duizenden jaren. Dit maakt van adaptatie een noodzakelijke pijler voor het beleid. 
 
Klimaatmitigatie bestaat uit maatregelen die de omvang of snelheid van de opwarming van de aarde proberen te beperken. Dit houdt enerzijds de vermindering in van de door de mens veroorzaakte broeikasgasuitstoot. Anderzijds houdt dit maatregelen in op het vlak van het vergroten van de capaciteit van koolstofputten (bv. herbebossing). Dit spoor is noodzakelijk om de effecten van klimaatverandering op lange termijn te beperken. 
 
Concreet moeten we zo snel mogelijk een radicale verschuiving maken van fossiel naar duurzaam om zo onze koolstofuitstoot drastisch te kunnen verlagen. Het is echter van essentieel belang om het grotere plaatje te blijven zien en klimaatbeleid steeds vanuit een breder internationaal perspectief te benaderen. In het verleden hebben we immers heel wat van onze CO2-uitstoot geëxporteerd naar andere landen, zoals China en India, door een toenemende verschuiving van onze industrie. Onderstaande grafiek geeft bijvoorbeeld aan dat de CO2-uitstoot die binnen onze landsgrenzen geproduceerd is met 18% is gedaald tussen 1990 en 2017. De CO2-consumptie, die ook rekening houdt met de import en export van CO2, is in dezelfde periode echter gestegen met 21%. 
Klimaatopwarming is een mondiaal probleem, dus het probleem doorschuiven naar andere landen is niet duurzaam. Als we de basisindustrie zouden delokaliseren om zo onze klimaatambities te halen, kunnen de gevolgen enorm schadelijk zijn, zowel voor onze economie als voor het milieu:
  • Verlies van welvaart en jobs in zowel de industriële sector als in de sectoren die indirect verbonden zijn met de industrie
  • Globale toename van de CO2-uitstoot, daar onze basisindustrie wereldtop is m.b.t. grondstoffen- en energie-efficiëntie

 

Drawdown Vlaanderen?  


Klimaat hoeft geen negatief verhaal te zijn voor onze welvaart, integen-deel. Kimaatadaptatie en -mitigatie zijn niet alleen economische groeisectoren (met mogelijkheden van export), het verhoogt ook onze levenskwaliteit. 
 
We hebben bij Econopolis al oefeningen gemaakt om te becijferen wat de belangrijkste projecten zouden zijn in een “top 100” zoals Drawdown die maakte. De Top 5 volgens onze eerste inschattingen zou bestaan uit: 
  1. CCU (captatie en gebruik van CO2)
  2. Kernenergie
  3. Elektrificatie personenvervoer
  4. Groene waterstof industrie
  5. Elektrificatie verwarming
Uiteraard verdient dit meer onderzoek, en dat uit bredere academische kringen. Niet alles wordt door iedereen omarmd, maar we zullen keuzes moeten maken, en daarbij is CO2-reductie gewoon het allerbelangrijkste én dit met een enorme tijdsdruk.
 
We moeten wellicht opnieuw nadenken over kernenergie: niet enkel langer open-houden van de laatste twee centrales als optie, maar zelfs vervanging van de overige centrales, met de nieuwste technologieën, die potentieel zelfs minstens gedeeltelijk het afval uit het verleden als brandstof zouden kunnen gebruiken. We moeten hernieuwbare energie kunnen opschalen van 20% tot 50%. Als we dan de resterende 50% invullen door kernenergie (zoals vandaag) heeft Vlaanderen een volledig groene, CO2-vrije elektriciteitsmix. Nadeel is dat je een kerncentrale niet flexibel kunt aan- en afzetten zoals een gascentrale, maar in principe kan je de overschotten opslaan of kan je hier groene waterstof mee maken die je kan gebruiken in de industrie.
 
We moeten ook onze basisindustrie zien als een deel van de oplossing. Het biedt ons land de mogelijkheid om nieuwe technologieën te ontwikkelen in domeinen als waterstof, CCU, groene energie en biogebaseerde toepassingen. De ambitie mag niet zijn om de basisindustrie te verstoten uit ons land om dan grijzere producten in te voeren. De ambitie moet zijn om onze industrie te vergroenen, te verankeren en fors uit te breiden in de toekomst. Enkel dan kunnen we van klimaattransitie een economisch succesverhaal maken.

Geert Noels

Geert Noels

Geert Noels is CEO en Hoofdeconoom van Econopolis, een onafhankelijke vermogensbeheerder en economisch adviesbureau. Hij is vooral bekend bij het grote publiek door zijn columns in verschillende kranten en zijn aanwezigheid in economische tv- en radioprogramma's. Zijn advies wordt regelmatig gevraagd door verschillende organisaties en autoriteiten, die zijn creatief denken en volledig onafhankelijke macro-economische visie waarderen. Hij is auteur van Econoshock (2008), dat handelt over de zes schokken die momenteel onze economie, maatschappij en dagelijks leven veranderen. Econoshock vormt ook de basis en de leidraad voor de strategieën van Econopolis. Onlangs kwam zijn tweede boek Gigantisme (2019) uit. Gigantisme is een stevig pleidooi tegen bedrijven en organisaties die steeds groter en machtiger worden. Het doodt gezonde concurrentie, leidt tot niet duurzame groei en brengt de mens in verdrukking. In Gigantisme stelt Geert tien oplossingen voor die de economische spelregels bijstellen, de giganten temmen en de mens en het milieu weer een plaats geven in de wereldeconomie. De toekomst zal kleiner, trager en menselijker zijn.