Skip to the content

Na de begrotingsput doemt de belastingberg op

Meer dan een jaar geleden duwden wereldwijd overheden de pauzeknop van de lokale economieën in. Helaas zorgt het afzetten van deze knop niet voor een heropstart vanop hetzelfde niveau. Met een lawine aan premies en uitkeringen werd een buffer geboden om de tijdelijke sluiting van de economie te vullen. Na de pauze wil men met overheidsinvesteringen dan weer de economische relance op snelheid brengen. Al deze ingrepen moeten uiteindelijk door iemand gefinancierd worden. Als de vaccinatiecampagnes op snelheid komen, kan men aan een nieuw hoofdstuk beginnen, maar wordt de factuur van de lange coronapauze zichtbaar. Wie gaat dit betalen? Slogans zijn dan makkelijk te vinden: de rijken, de vervuilers, subsidies droogleggen of “het buitenland”. In de realiteit zullen ze allemaal meebetalen, maar vooral de toekomstige generatie.

‘Rijkentaks’ en hogere vennootschapsbelastingen

Onder de noemer van solidariteitsbijdrage bekijken verschillende overheden inmiddels om bepaalde belastingen te verhogen, maar ook om nieuwe belastingskraantjes in de muur te plaatsen. Het IMF schuift overigens (tijdelijke) vermogens(winst)belastingen naar voor om de budgettaire krater te compenseren. Echter hebben vele, voornamelijk Europese landen reeds een bijzonder hoge belastingdruk op inkomens en kapitaal, wat de ruimte voor belastingverhogingen beperkt. De overheden lijken vooral de vennootschapsbelasting te viseren. De gigantische investeringsplannen in infrastructuur van Amerikaanse president Joe Biden beogen de democraten gedeeltelijk te financieren door het verhogen van de Amerikaanse vennootschapsbelasting van 21% naar 28%, nog steeds ruim onder het niveau van 35% tijdens de regeerperiode van president Barack Obama. Ook in het Verenigd Koninkrijk verhogen ze de vennootschapsbelasting in 2023 van 19% naar 25%. Ofwel nemen de bedrijven de hogere vennootschapsbelastingen volledig op waardoor de winstmarges van de bedrijven dalen. Dit vermindert uiteraard de beschikbare kasstromen voor toekomstige groei en eventuele vergoedingen voor de aandeelhouders. Een andere mogelijkheid is dat de bedrijven de verhoging van de belastingen (gedeeltelijk) doorrekenen in de prijzen van hun product of dienst om zo hun winstmarges constant te houden. In dit geval zal de consument een prijsstijging ondergaan. De financieringsvraag van de overheden zal dus ook de investeerders en consumenten niet onbesuisd laten.

Een globale minimum vennootschapsbelasting, maar waar ligt dat minimum?

In de afgelopen decennia was er een wedloop tussen landen “om ter laagste vennootschapsbelastingen”. Ze hoopten de eigen economie hiermee te stimuleren en buitenlandse investeringen aan te trekken. Maar dat creëerde ook behoorlijke neveneffecten, zoals gapende begrotingsgaten en een onaanvaardbare situatie van een klasse multinationals die geen vennootschapsbelastingen meer betaalden.

We zitten nu op een kantelpunt. Verschillende landen willen deze belasting verhogen, zoals de VS onder de nieuwe president Biden. Plots willen ze dan een ‘eerlijk speelveld’ creëren: lees alle landen moeten hetzelfde doen. De Amerikaanse minister van financiën, Janet Yellen, wierp een globale minimum vennootschapsbelasting van 21% op tafel van de OESO. In de Europese Unie bedraagt de gemiddelde vennootschapsbelasting ongeveer 20%, maar Ierland (12,5%) en Nederland (door fiscale voordelen voor bedrijven) zijn ”Europese fiscale paradijzen”.

Indien landen een lagere  lokale vennootschapsbelasting zouden hanteren, mogen andere landen waar de hoofdzetel van het bedrijf zich bevindt deze marge opvorderen. De betrachting is om de ‘race to the bottom’ te stuiten en het versluizen van gelden binnen vennootschappen naar belastingparadijzen te beëindigen. Bovendien ligt ook een voorstel op tafel om de grootste multinationals te belasten in het land van verkoop van een product of dienst. Dit laat toe om onder meer de technologiegiganten op eigen bodem te gaan belasten voor hun verkopen. Het aanpakken van de overheidstekorten na de pandemie via een verhoging van de vennootschapsbelasting kan dus ook leiden tot een concrete aanpak van belastingparadijzen en gigantisme. Vermoedelijk dit echter doorgerekend worden aan de consument.

 

 

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens behaalde de Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in juni 2015 waarna hij zich verder specialiseerde met een bijkomende Master of Finance aan de Antwerp Management School. Na een stage bij een Europese asset manager vervoegde Jeroen Econopolis in juli 2016. Hij beheert portefeuilles voor zowel private als institutionele klanten. Tevens is Jeroen lid van het Asset Allocatie Committee en het Investment Committee door als macro-econoom beide comités van een economische outlook te voorzien.