Skip to the content

Duitse Bondsdagverkiezingen betekenen het einde van het Merkel-tijdperk. Wat betekent dit voor Duitsland en Europa?

De twee belangrijkste Duitse politieke partijen, de Christenunie (CDU/CSU) van Angela Merkel en de Groene partij maakten deze week hun respectievelijke ‘spitzenkandidat’ bekend voor de Duitse Bondsdagverkiezingen die later dit jaar plaatsvinden. Na 16 jaar zwaait Angela Merkel definitief af als Duits bondskanselier. Er staat dus veel op het spel. De Christenunie koos na een heftige race tussen Markus Söder en Armin Laschet voor die laatste terwijl de groenen in alle sereniteit kozen voor hun boegbeeld Annalena Baerbock. De gemediatiseerde strijd binnen de Christenunie heeft de aandacht verlegd van een belangrijke vraag: Zal het Duitse politieke beleid significant veranderen na 16 jaar Merkel?

Het Duitse politieke bestel werkt op vele vlakken via consensus. Structurele beleidsveranderingen zoals de uitstap uit nucleaire energie of uit steenkool worden onderhandeld tussen zowel de partijen in de regering, als de oppositiepartijen. Over het merendeel van de wetten wordt lang onderhandeld en meestal probeert men voor een wetsvoorstel steun van alle partijen te krijgen. Los van de culturele en historische context, ligt de reden daarvoor bij het Duitse tweekamerstelsel. Naast de Bundestag, waar parlementsleden rechtstreeks verkozen worden door het Duitse volk, is er ook een Bundesrat, waarin de afgevaardigden uit de 16 Duitse deelstaten zetelen. Informeel maakt men in de Duitse politiek ook nog een onderscheid tussen de A-Länder (deelstaten waar de SPD of links-geïnspireerde partijen aan de macht zijn) en de B-Länder (deelstaten waar de Christenunie de lakens uitdeelt). Omdat veel Duitse kiezers bij de deelstaatverkiezingen doorgaans graag die partijen steunen die in de Bundestag in de oppositie zitten, hebben de A-Länder in de Bundesrat de touwtjes in handen. De klassieke oppositie heeft in die Bundesrat dus een luide stem en kan in principe grote delen federale wetgeving blokkeren. De kunst van het compromis is dus niet enkel een Belgische specialiteit, maar evengoed Duitse dagelijkse kost.

De hoofdrolspelers van de komende verkiezingen: Armin Laschet (CDU) en Annalena Baerbock (Die Grünen)

In de groene partij is boegbeeld Annalena Baerbock (gelukkig) veel pragmatischer dan haar fanatieke achterban. Hetzelfde geldt voor de centrumlinkse SPD, waar het boegbeeld (huidig Duits Minister van Financiën Olaf Scholz) bij de rechtervleugel van de partij mag gerekend worden. Een coalitie tussen de Christenunie (of de liberale FDP) met de groenen en de SPD zal dan ook naar alle waarschijnlijk leiden tot een verderzetting van de pragmatische centrumkoers die Merkel jarenlang bewandelde. In zo’n scenario zal de impact op de Duitse economie eerder beperkt zijn. Een coalitie tussen de groenen, de SPD en de Linkse Partij (‘Die Linke’) zonder de Christenunie of de liberale FDP, is er echter één zonder tegengewicht om tot een evenwichtig centrumbeleid te komen. In dat geval mogen we een drastischere shift in het beleid verwachten. Het huurprijzenplafond die door de linkse coalitie in Berlijn (Die Linke – SPD – Die Grüne) werd ingevoerd is daar een voorbeeld van. Hoewel het Duitse grondwettelijk hof die maatregel recent naar de prullenmand verwees, deed ze dat met de argumentatie dat het om een federale bevoegdheid gaat en geen deelstaatbevoegdheid. Het gevolg is dat de Duitse linkse partijen in hun verkiezingsprogramma een huurprijzenplafond willen opleggen in alle grote Duitse steden door middel van een nieuwe federale wet. Duitse vastgoedeigenaars houden momenteel hun hart vast.

Wat zijn de economische risico’s? 

Na het Duitse éénmakingsproces in 1990 werd het land lang de “zieke man van Europa” genoemd. Vele bedrijven verhuisden jobs naar het buitenland als gevolg van excessieve regulering en te hoge loonkosten. De hervormingen die toenmalig kanselier Gerhard Schröder in 2002 in gang zette onder de noemer ‘Agenda 2010’ en het daaraan gekoppelde loonmatigingsbeleid, heeft de situatie doen kantelen. Schröders’ hervormingen waren op vele vlakken vergelijkbaar met het ‘Globaal Plan’ waarmee Jean-Luc Dehaene ons land in de jaren 90’ in de Eurozone heeft geloodst. De maatregelen waren moeilijk te slikken en initieel onpopulair bij de bevolking, maar worpen op iets langere termijn hun vruchten af dankzij een betere concurrentiepositie, hetgeen uiteindelijk ook leidde tot economische groei en stabiliteit. Zo steeg de Duitse werkgelegenheid tussen 2006 tot 2020 spectaculair en beleefde de Duitse economie een gouden decennium. Meer jobs vertaalden zich in een hogere welvaart, in meer belastinginkomsten en zelfs in begrotingsoverschotten. Er was geen enkele nood om moeilijke bezuinigingsmaatregelen te nemen zoals dat in België in de voorbije 15 jaar wel steevast het geval was. Duitsland werd daarmee de economische motor van Europa.

De groenen, de SPD en de Linkse Partij wensen nu het economisch beleid dat tot dit gouden decennium heeft geleid, naar links bij te sturen. In de praktijk betekent dit: hogere lonen, een grotere welvaartsenveloppe, investeringen in infrastructuur, groene energie en een grotere regulering van het bedrijfsleven. Een nederlaag van de Christenunie kan dus een grote impact hebben op de Duitse en zelfs Europese economie. Ook België kijkt best nauwlettend naar wat er te gebeuren staat bij onze oostburen. Duitsland is namelijk onze belangrijkste handelspartner. Een vertraging in de Duitse economische groei heeft meteen ook een impact op de Belgische economie, onze tewerkstelling en onze belastinginkomsten.

Mogelijke uitkomsten

Het gevoerde beleid van Angela Merkel tijdens de COVID-crisis wordt in Duitsland hoe langer hoe meer als chaotisch omschreven. Net als in België is de Duitse regering verwikkeld in een schimmig (corruptie)schandaal rond de aanschaf van mondmaskers. De vaccinaties verlopen tergend traag en de pandemie heeft eveneens structurele zwakheden in de Duitse model blootgelegd. Het land loopt achter op het gebied van digitalisering, heeft investeringen nodig in onderwijs, innovatie en infrastructuur en is als exportgerichte economie zeer kwetsbaar voor economische chantage in de geopolitieke machtsstrijd tussen China en de VS.

De recente nederlagen van de CDU in Baden-Wurtemberg en Rijnland-Pfalz waren bovendien van historische proporties. Opiniepeilingen bevestigen dat de Christenunie het moeilijk heeft (zie hieronder). Ooit onmogelijk-geachte coalities zoals een linkse coalitie van de groenen, de SPD en Die Linke lijken niet langer uitgesloten. Vandaag staat de Christenunie nog steeds comfortabel aan de leiding in peilingen, maar de voorsprong verkleint zienderogen. De groenen hebben de wind in de zeilen en het is haast zeker dat zij deel zullen uitmaken van de volgende Duitse regering, of het nu een linkse of een centrumregering wordt.

Bron: Politico

De Groenen doen het momenteel goed omdat ze een uitweg lijken te bieden uit het eeuwige dilemma tussen enerzijds verandering en anderzijds het status-quo / stabiliteit. Hoewel de Duitse kiezer tevreden terugkijkt op de stabiele Merkel-jaren, hunkert men toch ook naar een nieuw, fris verhaal en dito leider om de uitdagingen die de COVID-crisis blootlegde aan te pakken. Het gaat dan vooral om het gebrek aan ambitie rond de Duitse energietransitie, de softe aanpak van China en Rusland, het orthodox begrotingsbeleid en het gebrek aan vertrouwen in nauwere Europese integratie en -samenwerking. Sommige groene doctrines ogen echter zorgwekkend, met name de plannen rond stevige vermogensbelastingen en de aversie om nog verder te investeren in defensie. Maar de partij brengt ook een frisse wind in de Duitse politiek. Meer van hetzelfde is het laatste dat Duitsland nodig heeft. Toch zullen de groenen ook de nieuwgewonnen centrumkiezers van Merkel voor zich moeten zien te winnen. Een verderzetting van het ‘Merkelisme’ zonder Merkel is dus niet zo onwaarschijnlijk als het lijkt.

Fred Janssens

Fred Janssens

Fred Janssens behaalde een Master in de Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel en een aanvullende Master of Finance aan de Antwerp Management School. Na stages bij o.a. een grote internationale instelling gespecialiseerd in asset custody en een onafhankelijke Belgische private bank, vervoegde Fred het Econopolis-team en leidde hij gedurende verschillende jaren respectievelijk het Middle Office en daarna het Compliance departement. Vandaag is hij Chief Risk Officer.