Skip to the content

Obligaties zomaar afschrijven? Niet te snel…

Overheidsobligaties van de belangrijkste ontwikkelde landen zitten al meer dan dertig jaar in een seculaire stierenmarkt. Sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw zitten de langetermijnrentes op het meest kredietwaardige schuldpapier van overheden in een voortdurend neerwaartse trend. Dat heeft geleid tot een enorme waardestijging van deze pool van wereldwijde obligaties. De waarde van een obligatie is immers invers gecorreleerd met de rentevoeten: hoe meer de rentevoeten dalen, hoe meer de waarde van een obligatie doorgaans stijgt.

Op de onderstaande grafiek ziet u hoe de waarde van obligaties vooral sinds 2015 crescendo is gegaan. Dat heeft uiteraard te maken met het bijzonder soepele monetaire beleid, maar ook met de aanhoudende vraag naar dit papier, vooral bij institutionele beleggers zoals verzekeraars en grote pensioenfondsen.

 

Total Return Index van Global Bonds

Verschillende segmenten

Wanneer we (terecht) stellen dat obligaties overgewaardeerd zijn, moeten we echter wel de nodige nuance aan de dag leggen. Want we spreken hier over de overheidsobligaties van de OESO-landen. Als we onze horizon verruimen en gaan kijken naar zogenaamde ‘emerging market debt’ (schuldpapier uit de opkomende landen), krijgen we meteen een ander verhaal te horen.

Deze obligaties zijn door de band genomen immers aantrekkelijker dan hun tegenhangers uit de meer ontwikkelde landen. Vaak zijn de overheden minder zwaar beladen met schulden, hebben ze minder toekomstige pensioenverplichtingen en hebben ze ook een gunstiger demografisch profiel (jongere arbeidsbevolking).

Deze obligaties kunnen zowel worden uitgegeven door overheden als bedrijven (corporate debt). Ze kunnen ook zowel worden uitgegeven in lokale munt als in harde munt (meestal USD of EUR). In dat laatste geval loopt de belegger minder muntrisico, maar kan hij ook niet profiteren van de vaak hoge rentes in lokale munten. Verder is ‘convergentie’ een sleutelwoord, want op lange termijn zullen de rentes van groeilanden convergeren (naar deze op OESO-obligaties) naarmate groeilanden zich verder ontwikkelen. Dat ondersteunt een aantrekkelijk beleggingsverhaal.

Toch blijven deze obligaties op wereldschaal slechts beperkt vertegenwoordigd in de belangrijkste obligatie-indices. In de Bloomberg Barclays Global Aggregate Index (een belangrijke wereldwijd gespreide en ruime index) bedraagt de weging van alle emerging market debt nog steeds maar zowat 6%, waarbij China en India samen slechts 2% wegen, en dat ondanks het feit dat beide landen momenteel goed zijn voor zowat 27% van het wereldwijde bbp. Beleggers hebben dus ondanks de goede prestaties van deze activaklasse nog steeds weinig emerging market debt in portefeuille.

Diversificatie en rendement

Emerging market debt biedt een goede diversificatie in een ruim gespreide portefeuille. Wanneer ze worden toegevoegd aan een portefeuille, kunnen we het risico/rendementsprofiel van de portefeuille verbeteren.

Gemiddeld kwamen de rendementen in 2019 iets boven de 10 procent uit. De sterkste prestaties zagen we bij Russische en Mexicaanse staatobligaties, die rendementen van meer dan 20 procent opleverden. Ook Indonesische, Filipijnse, Thaise en Zuid-Afrikaanse obligaties kwamen dicht in de buurt. Die sterke rendementen zijn zowel gedreven door stijgende munten, dalende rentes als het lopend rendement.

Het soepele monetair beleid in het Westen ondersteunt duidelijk de obligaties uit de groeilanden. Beleggers blijven massaal zoeken naar activaklassen en regio’s waar er nog wél enige opbrengst van betekenis te vinden is (search for yield) en komen zo logischerwijze bij de groeilanden uit.

Actief beheer

Een actief beheer is wel een absolute must. Het risicoprofiel van emerging market debt ligt nog steeds hoger dan dat van de ‘klassieke’ overheidsobligaties.

We beleggen daarom bij Econopolis niet in emerging market debt via trackers. In die passieve producten wordt immers de zwaarste positie toegekend aan de landen met de hoogste schuldgraad. Dat willen we absoluut vermijden. We gaan ook een duurzaamheidsscreening toepassen op de emittenten, net zoals we al doen in onze emerging markets aandelenfondsen. Onze hub die we hebben in Singapore, biedt in dat opzicht een grote meerwaarde. Daarom hebben we de nodige expertise in huis om deze activaklasse met vertrouwen te kunnen opnemen in onze portefeuilles.

Zelfs na de rally op de groeilanden blijven deze obligaties aantrekkelijk gewaardeerd ten opzichte van (hoogrentende) bedrijfsobligaties. Ook voor 2020 zien we nog altijd potentieel in deze obligaties. Bovendien blijven de omgevingsfactoren ondersteunend voor obligaties uit de groeilanden.

Obligaties hebben dus zeker nog een plaats in de portefeuille, hoewel de klassieke OESO-overheidsobligaties die rol door de extreem lage en zelfs negatieve rentevoeten die rol niet meer vervullen zoals in het verleden. De waarderingen zijn te hoop opgelopen opdat deze obligaties nog als ‘buffer’ zouden kunnen fungeren. Emerging market debt is aan het uitgroeien tot een waardig alternatief, op voorwaarde van een professioneel en actief beheer.

Michaël De Man

Michaël De Man

Michaël De Man behaalde het diploma van Master in economische Wetenschappen aan de Universiteit Gent in 2005. Gedreven door een grote interesse in beleggen besloot hij een Master in Banking and Finance te volgen aan dezelfde universiteit. Daarna startte hij als obligatiespecialist bij een Belgische grootbank. In deze periode werd hij ook CFA charterholder. In de nasleep van de financiële crisis besliste hij zich toe te leggen op risicobeheer. Eind 2015 vervoegde Michaël het beleggingsteam van Econopolis. Vandaag is hij Head of Fund Management.

comments powered by Disqus