Skip to the content

Goud: een ‘barbaars relikwie’ of een toegevoegde waarde in de portefeuille?

Goud blijft tot de verbeelding spreken. Het edelmetaal kan al 5.000 jaar rekenen op de belangstelling van beleggers. Het is een symbool voor macht, vermogen en eerlijkheid (‘goudeerlijk’).

De fascinatie voor goud is van alle tijden. Behalve mooi is goud schaars, alom aanvaard van Brussel over New Delhi tot in Kaapstad, duurzaam, compact en makkelijk deelbaar, en daarmee al sinds mensenheugenis het betaalmiddel bij uitstek. De vroegste vorm van Europese bankbiljetten doken in de 17de eeuw op, maar hadden altijd goud als basis: de bezitter kon zijn papier te allen tijde bij de bank omruilen voor goud.

Na het opbreken van het Bretton Woods akkoord, dat de verhouding tussen goud en de dollar vastlegde op 1 ounce goud voor 35 Amerikaanse dollar, geraakte het goud in het verdomhoekje. President Nixon sloot het ‘gold window’ en de Amerikaanse dollar werd een munt die niet langer door goud gedekt werd.

De financiële markten geraakten steeds meer geglobaliseerd en het was veel gemakkelijker geworden om over de hele wereld financiële activa zoals aandelen en obligaties te kopen. Goud kopen was iets van het verleden geworden, een ‘barbaars relikwie’ zoals Keynes zei in 1925. Ook grote beleggers zoals Warren Buffett lieten zich vaak kritisch uit over goud: ‘je haalt het uit de grond, en stopt het daarna weer in een kluis. Ondertussen brengt het niks op. Ik beleg liever in Amerikaanse aandelen,’ liet Buffett zich ooit ontvallen in een van zijn jaarlijkse brieven aan de aandeelhouders.

Geen tegenpartijrisico

Heeft goud dan geen enkele waarde meer? De belangrijkste kritiek die de tegenstanders van goud oprakelen, is dat het ‘niets opbrengt’. Het klopt inderdaad dat goud, in tegenstelling tot aandelen en obligaties, geen interesten of dividenden oplevert. Maar nu overheidsobligaties bijna niets meer opbrengen en spaarrekeningen amper 0,11 procent, is het argument dat goud niet interessant is omdat andere alternatieven meer opbrengen, weggevallen. Met andere woorden is er geen ‘opportuniteitskost’ meer verbonden aan het aanhouden van goud in een beleggingsportefeuille.

Paradoxaal genoeg ligt de belangrijkste sterkte van het goud in het feit dat het geen recurrente opbrengsten oplevert voor een belegger. Want aandelen en obligaties, of spaarrekeningen zoals u wil, leveren inderdaad interesten of dividenden op omdat ze een tegenpartijrisico inhouden. Met andere woorden, de opbrengst van deze financiële beleggingen is (deels) een vergoeding voor het risico dat de tegenpartij, met name de financiële instelling of het bedrijf zelf, in gebreke blijft en de belegger zijn jaarlijkse coupon of dividend verliest, of zelfs de volledige inleg.

Goud zal vooral zijn verdiensten hebben wanneer het verkeerd gaat op de financiële markten, vooral als gevolg van beslissingen van de centrale banken, door inflatie of deflatie, en door een verlies van vertrouwen in papiergeld in het algemeen.

De afgelopen vijftien jaar zijn we eigenlijk van crisis naar crisis gegaan, met tussendoor zeer sterke stijgingen op de financiële markten. In die periode heeft goud het zeker niet slecht gedaan, zoals de onderstaande grafiek al aantoont:

Let wel, de prijs wordt weergegeven in euro. Prijsgrafieken van goud in dollar zeggen weinig, omdat wij als eurozone beleggers enkel baat hebben bij vergelijkingen in onze eenheidsmunt. Goud is uiteraard ook volatiel geweest, maar heeft een veel beter rendement neergezet dan spaarrekeningen.

Verschuiving naar het Oosten

In het Westen mag de interesse voor goud dan wel zijn afgenomen, in oosterse landen is dat zeker niet het geval. Zeker in Azië staat goud nog steeds garant voor macht en vermogen. Terwijl de westerse centrale banken veel goud hebben verkocht de afgelopen decennia, zijn de centrale banken in de opkomende markten veel goud beginnen te kopen. Er is dus een zekere verschuiving te merken naar het Oosten.

Koopkrachtbehoud

Een laatste belangrijk argument voor goud, is dat het op lange termijn de belegger in staat stelt om zijn koopkracht te behouden. In feite is het niet goud dat volatiel is, maar wel de munten zoals de euro en dollar, die bewegen tegenover het goud.

In oude financiële handboeken staat vaak dat je met één ounce goud (een Krugerrand of Maple Leaf) de afgelopen tweehonderd jaar steeds een mooi herenpak hebt kunnen kopen. Wanneer we weten dat één ounce goud op dit moment zo’n 1300 ounce kost, zijn we er vrij zeker van dat een kleermaker hier een mooi herenpak op maat kan maken. Op dat vlak scoort goud dus nog altijd goede punten.

De visie van Econopolis

Bij Econopolis staan we positief tegenover goud op lange termijn. In onze private mandaten en gespreide portefeuilles nemen we een bepaald percentage goud op. Dat omdat we vinden dat goud een plek verdient in de portefeuille omwille van de redenen die we net aangehaald hebben. We beschouwen het als een vaste waarde met stijgingspotentieel en een verzekering in de portefeuille. We staan dus zeker niet meewarig tegenover goud en vinden het geenszins een ‘barbaars relikwie’, integendeel!

Marijn Van Zundert

Marijn Van Zundert

Marijn van Zundert behaalde een Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in 2005, een Master in Financial Management van Vlerick in 2008 en werd CFA Charterholder in 2012. Hij startte zijn carrière in de financiële sector als consultant, maar maakte in 2010 de overstap naar private banking. Binnen Econopolis maakt Marijn deel uit van het wealth management team voor het private, familiale en institutionele cliënteel.

comments powered by Disqus