Skip to the content

Nul renteverhogingen van ECB in 8 jaar onder Draghi

ECB-voorzitter Mario Draghi zal de eerste voorzitter van de Europese Centrale Bank zijn die de rente niet heeft kunnen verhogen tijdens zijn ambtstermijn. In lijn met de marktverwachtingen, concludeerde de ECB tijdens de meest recente meeting dat de beleidsrente in 2019 zeker niet verhoogd zal worden. Het ging zelfs een stap verder door een nieuw Targeted-Long Term Refinancing Operation (TLTRO) aan te kondigen. Eén van de vele afkortingen die centrale bankiers wel vaker uit hun hoed toveren, maar geen nieuw begrip voor de financiële markten. Het is reeds de derde TLTRO-ronde dat de ECB initieert. Een stimuleringsmaatregel die het ‘nieuwe normaal’ lijkt te worden.

 

De motor van de Europese economie blijft sputteren. De Duitse economie wist door een nulgroei in het vierde kwartaal een recessie nipt te vermijden. Italië, na Duitsland en Frankrijk de derde grootste economie van Europa, kende wel een krimp van de economie in de laatste twee kwartalen van 2018. De exportgerichte sectoren, zoals de automobiel en chemische sector, lijden onder de vele actuele onzekerheden die de handelsstromen beïnvloeden. Dit noopte de ECB tot het verlagen van zowel de groei- als de inflatieverwachtingen voor 2019 en volgende jaren. In december werd nog een groei van 1,7% verwacht in de eurozone voor 2019. De ECB stelde de verwachting voor 2019 echter fors lager bij naar een verwachte groei van 1,1%. De verwachte inflatie in 2019 van 1,2% blijft ruim onder de 2%-doelstelling van de ECB. Een ontgoocheling voor ECB-voorzitter Draghi na jarenlange dopering van de economie door verschillende stimuleringsmaatregelen.

Het mandaat van voorzitter van de Europese Centrale Bank loopt voor de Italiaan Mario Draghi stilaan op zijn einde. Eind oktober geeft hij zijn zitje door aan zijn opvolger. Wie dit wordt, zal duidelijk worden na de Europese verkiezingen van eind mei. Wat wel vast staat, is dat de opvolger een economie erft met vele problemen en een uitgeputte toolbox om eventuele toekomstige economische schokken op te vangen. Na de december-meeting kondigde Draghi een stopzetting van het Quantitative Easing (QE)-programma aan. Obligaties die door de Centrale Bank werden opgekocht en op vervaldag komen, worden opnieuw geherinvesteerd. Op deze manier blijft de balans van de ECB stabiel en vernauwt de liquiditeit niet in de Europese financiële markten. De balans van de Europese Centrale Bank is echter opgelopen tot 40% van het BBP van de Eurozone, dit is inmiddels meer dan het dubbele van de grootte van de balans van de Federal Reserve ten opzichte van het Amerikaanse BBP.

De Federal Reserve is er wel in geslaagd de rente negen keer te verhogen. Bovendien hebben ze de infiltratie van de Amerikaanse Centrale Bank in de financiële markten verminderd door het stelselmatig afbouwen van de balans van de Fed. Deze ‘verstrakking’ van het monetaire beleid zorgt opnieuw voor beweegruimte in economisch moeilijkere periodes. Het verschil tussen de beleidsrentes van de Fed en de ECB is dan ook opmerkelijk. De mondiale groeivertraging maakt de Federal Reserve wel waakzaam in het verder verhogen van de beleidsrente die momenteel schommelt tussen 2,25% en 2,5%. De beleidsrente van de ECB blijft echter gebetonneerd op 0%. In december claimde Draghi nog deze rente al zeker onveranderd te laten tot na de zomer. Na de Centrale Bank-vergadering in maart wijzigde hij deze uitspraak naar geen renteverhoging in 2019. Aangezien zijn voorzitterschap eind oktober eindigt, zal de Italiaan de beleidsrente dus geen enkele keer hebben verhoogd gedurende zijn achtjarig mandaat.

Meer dan zes jaar na de befaamde ‘Whatever it takes’-speech, is Draghi er dus niet in geslaagd de Europese economie aan te wakkeren zodanig dat geen bijkomende stimulering meer nodig is. De Europese economie blijkt niet in staat te zijn zelfstandig prijsstabiliteit en een inflatie net onder de 2% te realiseren. In maart kondigde Draghi dan ook een derde ronde van Targeted Long-Term Refinancing Operation (TLTRO-III) aan. Met deze maatregel tracht de centrale bank de financiële instellingen van voldoende liquiditeit te voorzien. Dit zou zich opnieuw moeten reflecteren in gunstige kredietvoorwaarden voor bedrijven en gezinnen die zich goedkoper kunnen financieren en door investeringen de economie aanwakkeren. De vorige TLTRO-ronde loopt tot 2020 waardoor de gunstige omstandigheden voor de financiële instellingen zouden wegvallen, maar ook de door de ECB verleende kredieten aan de banken dienen terugbetaald te worden. Met TLTRO-III verlengt de ECB deze gunstige financieringsomstandigheden zodanig dat de financiële instellingen deze kredieten kunnen doorrollen. Het zijn dan ook vooral de financiële instellingen uit de Europese periferie (bijvoorbeeld de Italiaanse banken) die het meest gebruik maakten van deze maatregelen. Het wegvallen van deze goedkope financieringsvorm zou deze financiële instellingen dwingen zich te financieren tegen een hogere kost op de financiële markten. Het uitrollen van TLTRO-III wijst erop dat de ECB vindt dat de financiële instellingen onvoldoende voorbereid zijn om enerzijds de kredieten van de vorige TLTRO af te lossen, anderzijds zich zonder afhankelijkheid van de ECB te financieren.

De lagere groei-en inflatieverwachtingen en speeches van centrale bankiers die hinten op bijkomende stimuleringsmaatregelen duwden obligatierentes verder neerwaarts. Vooral hoogrentende (en dus risicovoller) schuldpapier kenden een gunstige evolutie. Het Duits tienjarig staatspapier daalde sinds september van 0,5% naar 0,05% in maart. Een renteopstoot lijkt voorlopig niet aan de orde en zeker niet tijdens het aflopend mandaat van Draghi.

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens behaalde de Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in juni 2015 waarna hij zich verder specialiseerde met een bijkomende Master of Finance aan de Antwerp Management School. Na een stage bij een Europese asset manager vervoegde Jeroen Econopolis in juli 2016. Hij beheert portefeuilles voor zowel private als institutionele klanten. Tevens is Jeroen lid van het Asset Allocatie Committee en het Investment Committee door als macro-econoom beide comités van een economische outlook te voorzien.