Skip to the content

"Zieke wereldeconomie aan het infuus"

De wereldeconomie draagt de gevolgen van de handelsoorlog tussen twee economische grootmachten China en de Verenigde Staten. Protectionistische maatregelen en tarieven tieren welig en overheden doen er alles aan om de eigen economie te stimuleren, desnoods door handelspartners aan te pakken. In een geglobaliseerde wereld zijn het de meest open landen die hier de negatieve gevolgen van dragen. De verslechterende wereldhandel zorgt ervoor dat centrale bankiers de voorbije maanden een bocht van 180 graden maakten en de eerder opgeborgen stimuli opnieuw bovenhaalden. Klaar om de zieke economie van een nieuwe baxter te voorzien. Maar is dit wel de juiste aanpak op de lange termijn?

Het Wereld Economisch Forum (WEF) duidt in haar recent gepresenteerde World Economic Outlook op een verwachting van een globale groei van 3,2% in 2019 en verlaagde de groeiverwachting in 2020 naar 3,5% - eerder aan de onderkant van de vork van historische groeipercentages. De huidige economische onzekerheden leiden naar een kerend sentiment bij bedrijven en consumenten. Met bedrijfsinvesteringen wordt voorlopig gewacht, omdat veel sectoren nog kampen met overcapaciteit, en de consument staat op de rem met aankopen van duurzame goederen. De dupe hiervan is de industrie, de typische “maaksectoren”. De eerste winstwaarschuwingen volgden dan ook snel in de eerste weken van de tweede jaarhelft. Dat de automobielsector het moeilijk heeft, bleek nogmaals uit de nieuwe winstwaarschuwing van Daimler of Continental. Maar ook BASF, een onderneming die zich vooraan de supply chain bevindt van vele andere bedrijven, verwacht dat de winst dit jaar 30% lager zal uitvallen.

De motor  van de Europese industriële sector blijft dus sputteren. De voorlopige indicatoren van inkoopmanagersindexen van verschillende grote Europese landen wijzen op een krimp in de economische activiteit in de nijverheidsector. Ook op andere plaatsen begint dit plaatje zich te manifesteren. De industriële sector lijkt momenteel de etterende wonde in de wereldeconomie. Het belang van deze sector is echter kleiner dan deze van de dienstensector. Hoewel ook de dienstensector wat aan kracht inboedt, wijst deze nog steeds op groei. De duurtijd van de handelsstrubbelingen zal dan ook cruciaal zijn. Hoe langer deze onzekerheden aanhouden, hoe meer deze ook de dienstensector zal raken.  

 

Brengen centrale bankiers redding?

De conjunctuur is dus heel duidelijk neerwaarts gericht, wat de industrie in een technische recessie brengt in zowat heel kern-Europa. Maar toch blijft de groei nog positief, de inflatie is positief en de groei van de tewerkstelling is al bij al redelijk sterk. De inflatiecijfers in Europa zijn gemiddeld rond de 1,5% (1,3 om precies te zijn), in België wat hoger. We zitten daarmee op het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. Met wat afstand zou je besluiten dat er weinig reden is om te panikeren, nog minder redenen om uitzonderlijke maatregelen te nemen.

Maar centrale bankiers hebben schrik voor minstens twee grote problemen. Ten eerste zijn de schulden in het systeem alleen maar gegroeid in de afgelopen tien jaar. Inflatie doet die schulden wegsmelten, deflatie niet, integendeel. Ten tweede wil de ECB vermijden dat de zuiderse landen opnieuw afglijden. Die landen hebben behoefte aan een lage rente (omwille van de schulden) en een zo zwak mogelijke munt (vandaar de pogingen om de euro zo zwak mogelijk te houden). Het excuus van de ‘lage inflatie” is zonder meer een drogreden. De onderstaande grafiek toont dat ook aan. De Belgische en Duitse rente is door de communicatie van de ECB opnieuw negatief geworden, wat gegeven de huidige inflatie niet te verklaren valt. Zowat 40% van de obligaties heeft in de eurozone een negatieve rente. De ECB kocht ook al bijna de helft van de Duitse obligaties op. Er is dus enorm veel interventie in de obligatiemarkten, waardoor de marktrente absoluut niet meer een juiste markttemperatuur meet.

 

 

Trump vs China 

Ook in de Verenigde Staten is de rente sterk gedaald, maar nog steeds rond de 2% voor de 10-jarige rente. Maar onder druk van de Amerikaanse president Trump, heeft de voorzitter van de Federal Reserve reeds moeten aankondigen dat sterke rentedalingen op komst zijn. Dit niettegenstaande een sterke arbeidsmarkt, een sterke economische groei en een aandelenmarkt die roodgloeiend is. Dit is normaal de periode waarin de FED de rente nog verhoogt…. Ook hier is de verklaring niet zozeer economisch. Ja, de conjunctuur vertraagt, maar nog niet verontrustend. Maar de FED en de Amerikaanse president zijn ongerust over de weerbots als gevolg van de handelsoorlog. Tevens wil Donald Trump een zwakkere munt (hij is niet alleen), en wil hij vooral de verkiezingen winnen. Nog twaalf maanden een sterke economie is het objectief, en de FED lijkt daarbij een bondgenoot te zijn.

De overdreven daadkracht van de centrale banken laat zich niet alleen in de rentemarkten voelen. De goudmarkt is bijzonder actief geworden, omdat “slim geld” meer en meer begint te geloven dat centrale banken munten willen ontwaarden. Ook buitenlandse centrale banken, in Polen of Rusland, kopen heel wat goud, of bouwen andere deviezen af. De goudprijs in euro staat niet ver van het record van 2013.

 

 

 

 

 

 

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens

Jeroen Kerstens behaalde de Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in juni 2015 waarna hij zich verder specialiseerde met een bijkomende Master of Finance aan de Antwerp Management School. Na een stage bij een Europese asset manager vervoegde Jeroen Econopolis in juli 2016. Hij beheert portefeuilles voor zowel private als institutionele klanten. Tevens is Jeroen lid van het Asset Allocatie Committee en het Investment Committee door als macro-econoom beide comités van een economische outlook te voorzien.

comments powered by Disqus