Skip to the content

Wat is het perfecte aantal aandelen in een portefeuille?

Individuele beleggers vragen zich wel eens af hoeveel aandelen ze nu best opnemen in hun portefeuille. Ook professionele beleggers zoals Econopolis moeten deze vraag in het achterhoofd houden, omdat ze zeer bepalend is voor de risico-rendementsverhouding van een gespreide aandelenportefeuille (of een fonds).

Theorie

Eerst moeten we een onderscheid maken tussen het marktrisico (bèta) waaraan elke aandelenportefeuille onderhevig is en dat we niet kunnen wegfilteren, en het idiosyncratisch risico (alfa) dat niet-marktspecifiek is en dat gekoppeld is aan individuele aandelen.

Het is genoegzaam bekend dat hoe meer aandelen je toevoegt in een aandelenfonds, hoe meer het individuele aandelenrisico kan worden weggefilterd. Tegenvallers bij een bepaald bedrag kunnen dan de portefeuille niet meer ruïneren… maar de keerzijde van de medaille is dan ook dat grote winnaars in de portefeuille het uiteindelijke resultaat van de portefeuille ook niet meer wezenlijk kunnen beïnvloeden. Dus; hoeveel is ‘genoeg’?

Law of diminishing returns

Auteur Sam Hollanders stelt het in zijn boek ‘Verdubbel je geld in vijf jaar’ als volgt: “De law of diminishing returns heeft betrekking op het risico, dat lager wordt bij het toevoegen van nieuwe aandelen in je portefeuille. Stel dat je een enorme dorst hebt. Dan geniet je enorm van een eerste en tweede glas water. Maar bij het vierde glas wordt het genot aanzienlijk minder. Dat geldt ook voor de spreiding van aandelen. Bij het spreiden over acht aandelen verlaag je het risico van een individueel aandeel met 80%. Bij zestien is dat 93%. Elk aandeel daarna verlaagt het risico maar weinig extra. Daarom kun je beter opteren voor een beheersbaar aantal aandelen, zodat je het risico verder kunt verlagen door je bedrijven extra goed te kennen.”

Aantal aandelen                                               Verlaging individueel risico

2                                                                      46%

4                                                                      72%

8                                                                      81%

16                                                                    93%

32                                                                    96%

500                                                                  99%

 

Niet overdrijven

Zoals steeds is ‘te’ zelden goed, ook niet wanneer je je aandelenportefeuille samenstelt. Te veel aandelen toevoegen is een fenomeen dat door de grote Warren Buffett werd bestempeld als ‘diworsification’. Dit gebeurt wanneer beleggers of beheerders zeer veel aandelen toevoegen aan de portefeuille, vaak omdat ze de onderliggende bedrijven niet heel goed kennen en dan maar overdreven gaan spreiden. Het resultaat is echter dat de portefeuille of het fonds steeds meer op de markt begint te lijken… En waardoor de toegevoegde waarde van een actieve beheerder teniet wordt gedaan. De klant is niet bereid om te betalen voor deze ‘index huggers’, en terecht.

De visie van Econopolis

Econopolis is zoals u ondertussen weet een actieve beheerder, die bepaalde overtuigingen toepast in haar portefeuilles op basis van gedegen onderzoek en kennis van de bedrijven in portefeuille. Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar onze aandelenfondsen, zien we dat deze slechts enkele tientallen aandelen bevat. De index van dit universum bevat meer dan 800 individuele effecten. dergelijke fondsen mogen dus terecht geconcentreerde portefeuilles worden genoemd. De beheerder kent echter alle bedrijven bijzonder goed, en heeft enkel de beste in de portefeuille opgenomen. Op die manier kunnen de convicties volledig tot uiting komen. Het risico neemt niet per se toe, want zoals de tabel al aantoont, kan men vanaf 32 lijnen het marktrisico al met 96% wegfilteren.

Graadmeter

Een goede graadmeter die aangeeft hoe actief een beheerder is, en die vaak wordt gebruikt in institutionele middens, is de zogenaamde ‘active share’. Bij het bepalen van de active share wordt het verschil berekend tussen de posities in een beleggingsfonds en die van de benchmark. Hierbij wordt uitsluitend gekeken naar de gewichten van de individuele beleggingen. De gewichten worden berekend door de waarde van een belegging in de portefeuille uit te drukken als een percentage van het totale fonds vermogen. Alle verschillen worden uitgedrukt in een absolute waarde, opgeteld en de som wordt gedeeld door twee. De uitkomst is de active share. De term is bedacht door de Nederlander Martijn Cremers, hoogleraar financiën aan de Yale School of Management, en zijn collega Antti Petajisto.

Uit empirisch onderzoek op Amerikaanse beleggingsfondsen is gebleken dat er een positieve correlatie is tussen een hoge active share en een beter fondsresultaat ten opzichte van de benchmark.

Marijn Van Zundert

Marijn Van Zundert

Marijn van Zundert behaalde een Master Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen in 2005, een Master in Financial Management van Vlerick in 2008 en werd CFA Charterholder in 2012. Hij startte zijn carrière in de financiële sector als consultant, maar maakte in 2010 de overstap naar private banking. Binnen Econopolis maakt Marijn deel uit van het wealth management team voor het private, familiale en institutionele cliënteel.

comments powered by Disqus